
Een spin heeft verschillende klieren waarmee hij verschillende soorten draden kan aanmaken.
Die soorten draden heeft hij nodig om in zijn web te verwerken en zijn prooi mee in te kapselen.
Glandula Aggregata produceert kleefmassa voor de spindraad.
Glandula Ampulleceae
major en minor zijn voor de productie van loopdraden.
Glandula Pyriformes is voor
de aanhechtingsdraden.
Glandula Aciniformes produceert draden voor het inkapselen
van de prooi.
Glandula Tubiliformes levert de cocondraden.
Glandula Coronatae wordt
gebruikt om draden voor de as van de kleefdraad te produceren.
Hoe weet de spin met welke klieren ze een welbepaalde draad moet aanmaken?
Het is verwonderlijk dat de spin niet moet geleerd worden hoe en waar ze verschillende draden moet gebruiken en waarvoor ze dienen.
Het is opmerkelijk dat de gesponnen draden sterk genoeg zijn maar ook veerkrachtig
genoeg om haar prooi mee te vangen.
De info voor dit alles zit gewoon mee ingeprogrammeerd
door...
Ieder schepsel getuigt van zijn Schepper!!
© 2008 Revolutietheorie



Voor sommige mensen zijn mieren ware plaaggeesten. Toch hebben ook deze beestjes hun uiterst nuttige taak in de natuur; het zijn de beste afvalopruimers die we ons kunnen voorstellen.
Een kolonie mieren is eigenlijk te beschouwen als een superorganisme. Elke mier heeft zijn eigen, specifieke taak.
