Startpagina.Nieuws.Natuur.Wetenschap.Schepper.Houvast.Interactief.Multimedia.Archief.Linken.Contact.

De Natuurreligie: Sociaal Darwinisme

Dr. David N. Menton

 

Vertaling, door M.V. Update 29-3-2009

 

Er wordt gezegd dat na de Bijbel geen enkel boek een grotere invloed op de maatschappij heeft gehad dan On the Origin of Species van Darwin. Evolutionist Steven Jay Gould schreef dat, volgend op de publicatie in 1859 van On the Origin of Species, “de argumenten voor slavernij, kolonialisme, raciale verschillen, klassenstructuren en sekserollen nu zouden verdergaan onder de banier van wetenschap” (The Mismeasure of Man, W.W. Norton and Company, New York, 1981, p. 72). Darwin lijkt akkoord gegaan te zijn met de toepassing van zijn evolutionaire ideeën op moraal en sociale aangelegenheden. In een brief aan Hugo Thiel in 1869 schreef Darwin:

“U zult echt geloven hoezeer ik erin geïnteresseerd ben dat u zich wendt tot morele en sociale kwesties, zienswijzen die analoog zijn met deze die ik heb gehanteerd in verband met de verandering van de soorten. Het scheen me vroeger niet zo toe dat mijn zienswijzen zich zouden kunnen uitstrekken over zulke erg verschillende en hoogst belangrijke onderwerpen” (The Life and Letters of Charles Darwin, Francis Darwin editor, D. Appleton and Co., 1896, Vol. 2, p . 294).

Het kenmerk van Darwinisme, dat het frequentst wordt geciteerd door hen die hun morele en sociale zienswijzen trachten te rechtvaardigen door middel van ‘wetenschap’ (evolutieleer), is het concept van “the survival of the fittest” (het blijven voortbestaan van de sterksten). Deze toepassing van Darwiniaans dogma op de menselijke maatschappij en het menselijke gedrag is gekend onder de term Sociaal Darwinisme.

Een van de meest verraderlijke kenmerken van Darwins evolutionaire speculatie was dat het de fundamentele verschillen tussen mensen en dieren zocht uit te wissen. Dit was niet enkel een uitnodiging tot het opmaken van een vergelijking van mensen met apen, maar ook van ‘hogere’ met ‘lagere’ mensen. Zwarten en Amerikaanse indianen waren zowat de eersten om eruit gepikt te werden als zijnde ‘lager’ dan de Indo-europeanen. In zijn boek The Mismeasure of Man (Hoofdstuk 3), benadrukt Steven Jay Gould dat sommige antropologen zonder falsifiëring trachtten te bewijzen dat het blankee ras ‘superieur’ is. Bijvoorbeeld: de acceptatie dat de herseninhoud iets te maken had met intelligentie (een foute gedachte) maakte dat vele antropologen opzettelijk de afmetingen van de Indo-europese schedels opschroefden en ze de schedels van Zwarten en Indianen een te lage waarde gaven. Het Sociaal Darwinisme was op die manier dienstig als ‘wetenschappelijke’ verantwoording voor racisme.

Men zal betogen dat Darwin dit gebruik van zijn ‘theorie’ niet zou gedoogd hebben, maar zijn eigen geschriften openbaren diepe racistische implicaties. In hoofdstuk 6 van zijn boek The Descent of Man voorspelt Darwin dat evolutie tenslotte de kloof zal doen vergroten tussen mensen en de lagere apen, door het uitsterven van zulke “evolutionaire tussenvormen” als gorilla’s en Negers! Darwin verklaarde:

“de kloof zal dan wijder worden, omdat ze zal komen tussen de mens in een meer geciviliseerde staat, zoals we mogen hopen, dan de Indo-europese, en een soort aap zo laag als een baviaan, in de plaats van zoals tegenwoordig tussen de Neger of Australiër en de Gorilla” (The Descent of Man, Charles Darwin, 1871, p. 201).

In een poging de evolutie van ‘hogere vormen’ van mensen te promoten, stichtte Darwins neef Sir Francis Galton de Eugenics Movement (Eugeneticabeweging). Eugenetica is de ‘wetenschap’ die de biologische opmaak van de menselijke soort tracht te verbeteren door selectieve voortplanting. Galton verdedigde de regeling van huwelijk en familiegrootte overeenkomstig de genetische kwaliteit van de ouders. Hij geloofde dat wanneer gecontroleerde voortplanting op mensen zou toegepast worden, zoals dit gebeurt met landbouwdieren, een perfect menselijk ras zou kunnen ontwikkeld worden. Dit concept van “meesterras” werd in de praktijk gebracht door Adolf Hitler in Duitsland, in een poging een “zuiver Ariërsras” te creëren door het uitroeien van ‘inferieure’ Joden.

Duitse politici en geleerden gebruikten het Sociaal Darwinisme aanvankelijk omstreeks de eeuwwisseling (19de-20ste eeuw) om daarmee Duitslands toenemende agressieve militarisme te rechtvaar­digen. De Duitse militarist Friederich von Bernhardi, prees de vooruitzichten van oorlog in sterke evolutionaire termen, in zijn invloedrijk boek Germany and the Next War. Bernhardi verklaarde dat oorlog, zoals het Darwiniaanse survival of the fittest, een “biologische noodzaak” was en het “geeft een biologisch juiste beslissing, omdat haar beslissingen rusten op de echte natuur van de dingen”

Bernhardi ontsloeg het hele idee van vreedzame arbitrage als een “aanmatigende aantasting van de natuurlijke wetten van ontwikkeling”. Volgens Bernhardi toont een studie van plantaardig en dierlijk leven duidelijk aan dat “oorlog een universele wet is van de natuur”. (Zoals geciteerd door Ashley Montagu in Man in Process, World Pub. Co., 1961, pp. 76-77). Bernhardi’s boek, gepubliceerd in 1911, had Duitslands hoogste officiële goedkeuring en bekrachtiging - drie jaar later dompelde Duitsland de wereld in de Eerste Wereldoorlog.

Tegen de tijd van de Tweede Wereldoorlog vinden we de volle bloei van het Sociaal Darwinisme in het fascisme. Hitler baseerde zijn fascisme op de evolutionaire theorie, zoals dat duidelijk wordt in zowel zijn toespraken als in zijn boek Mein Kampf. Benito Mussolini, die het fascisme naar Italië bracht, was ook grotelijks beïnvloed door het Darwinisme, waarvan hij dacht dat het zijn geloof ondersteunde dat geweld essentieel is voor heilzame sociale transformatie. Mussolini gebruikte herhaaldelijk Darwiniaanse trefwoorden in zijn toespraken en maakte de inspanningen voor vrede belachelijk omdat ze zouden botsen met het natuurlijke evolutionaire proces.

Geen discussie over de verwoestende impact van het Sociaal Darwinisme op de maatschappij zou compleet zijn zonder haar sterke invloed te beschouwen op de ontwikkeling van Marxisme en communisme. Frederich Engels en Karl Marx (de stichters van het Marxistische communisme) waren buitengewoon enthousiast over Darwins boek On the Origin of Species. Karl Marx schreef een brief aan Engels in december 1860, waarin hij zegt dat On the Origin of Species “het boek is dat de grondslag bevat van de natuurlijke geschiedenis”. In een andere brief aan Engels, in januari 1861, verklaarde Marx:

“Darwins boek is erg belangrijk en dient mij als een grondslag voor de strijd in de geschiedenis …  is niet enkel een nekslag die hier voor de eerste keer wordt toegebracht aan de ‘Teleologie’ in de natuurlijke wetenschappen, maar zijn rationele betekenis is nadrukkelijk uitgelegd” (Zoals geciteerd door Conway Zirkle in: Evolution, Marxian Biology, and the Social Scene, University of Pennsylvania Press, 1959, p. 86).

De drie dingen waaraan Marx bijzonder in het Darwinisme verknocht was, zijn:

1. een atheïstische uitleg voor de oorsprong van de kosmos (Marxisme erkent niets hogers dan de staat en zo verlangt het naar atheïsme);

2. de strijd voor het bestaan;

3. de progressieve ontwikkeling en vooruitgang van de mens (Marxisme staat erop dat het welzijn van de mens onvermijdelijk en progressief wordt verbeterd door een blind proces van klassenstrijd en revolutie).

Inderdaad, Karl Marx was zoveel aan Darwin verschuldigd dat hij zijn boek Das Kapital wilde opdragen aan hem, maar Darwin wees de ‘eer’ af.

 

De sterke affiniteit tussen Marxisme en Darwinisme blijft nog steeds vanzelfsprekend in de huidige populaire evolutionaire speculatie die “punctuated equilibrium” genoemd wordt. (Dit verklaart dat evolutie optreedt door plotselinge gelukssprongen voorwaarts, gescheiden door lange perioden zonder essentiële verandering). Stephen Jay Gould en Niles Eldredge, die voor het eerst deze gedachte populariseerden, stelden recent dat:

“Hegels dialectische wetten, vertaald in de materialistische context, zijn de officiële ‘staatsfilosofie’ geworden van vele socialistische naties. Deze wetten van verandering zijn expliciet ‘punctuationeel’, zoals het een theorie van revolutionaire transformatie in de menselijke maatschappij betaamt. In het licht van deze officiële filosofie is het helemaal niet verrassend dat een punctuationele zienswijze van speciatie (soortvorming), erg gelijkend op de onze maar verstoken van referenties naar de gekunstelde evolutionaire theorie, lang de voorkeur heeft genoten  van vele Russische paleontologen. Het kan ook niet irrelevant zijn voor onze persoonlijke voorkeuren dat een van ons zijn Marxisme leerde, letterlijk, op zijn vaders knie” (Eldredge, Niles en Stephen Jay Gould, Paleobiology, Vol. 3, Spring 1977, pp. 145-146.).

Wanneer de mens ermee ophoudt God de eer te geven als Schepper, geeft hij gewoonlijk die eer aan de natuur (evolutieleer). Niet enkel wordt de natuur dan ontvangen als ‘schepper’, maar ook als gids voor de mens voor moraliteit en gedrag. De ‘natuurgod’ verklaart dat alles wat ‘natuurlijk’ is mag beschouwd worden als ‘moraal’ (dus, zelfgekozen abortussen zijn moreel verantwoord omdat spontane abortussen in de natuur voorkomen). Zoals wij hebben gezien heeft de vrucht van deze natuurreligie (in de vorm van Sociaal Darwinisme) een onnoemelijk leed en de dood veroorzaakt. De Bijbel zegt ons dat deze droevige staat van zaken voortkomt uit het feit dat velen “de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend hebben boven de Schepper” (Romeinen 1:25).

 

(Oorspronkelijk gepubliceerd in St. Louis MetroVoice).

 

 

Met toestemming overgenomen van Verhoeven Marc

 

 

 

© 2008 Revolutietheorie

Mein Kampf
Religie

Nogmaals benadrukken wij dat de evolutieleer geen wetenschap is, niettegenstaande de tirades van evolutionisten. Het is een filosofische wereldbeschouwing, niets meer.

 

 

 

 

Er is geen God

Zijn naam is Antony Flew. Hij was gedurende 50 jaar een zeer invloedrijke atheïst en heeft nu een boek geschreven (Amazon.com: THERE IS NO A GOD) waarin hij openlijk afstand doet van zijn voormalige overtuiging. Atheïsten als Richard Dawkins en Christopher Hitchens stonden op zijn schouders bij hun pogingen om God onderuit te halen.

 

Goodbye to Darwin

I always believed the Bible
I knew that it had no rival
But then in public school
They said I was sure a fool
The program of this institution  Is the theory of evolution