
We haalden even het paard van de stal en gingen er mee rijden.
“Wat een rit!”
Paarden zijn geweldige dieren. Ze zijn snel en sterk. Wiste je dat paarden ruim 3000 jaar geleden al getemd werden? Ze hebben zelfs een heel belangrijk aandeel gehad in de geschiedenis, ja zelfs mee de koers van de geschiedenis helpen veranderen.

Vanaf het begin der tijden zijn paarden één van de beste helpers van de mens. In Eden kreeg de eerste mens (ongeveer 6000jaar geleden) alle dieren ter hulp en werd de eerste mens als heerser over alle dieren aangesteld. Alle dieren waren tam en stonden onder de heerschappij van de mens. Die heerschappij was wel anders dan de heerschappij die we vandaag de dag kennen en is er zelfs niet meer mee te vergelijken.
In Eden was de manier van heerschappij van de mens er één waar het kwade nog niet aanwezig was. De heerschappij was ook in perfecte eenheid met God als Schepper.
De geestelijke middelen die we vandaag de dag ter beschikking hebben om over dieren te heersen zijn niet meer gelijk aan diegene die de eerste mens gehad heeft en de dieren zijn ook niet meer zoals ze waren in Eden. Dieren zijn nu soms heel kwaadaardig, het kwade heeft bij mens en dier zijn intrede gedaan en is een serieus probleem die er gekomen is door de zondeval van de eerste mens. Gelukkig is naast het kwade het goede ook nog steeds aanwezig.
Jarenlang was het paard het enige betrouwbare transportmiddel ter wereld. Paarden zijn schitterende helpers. Terwijl ze in Eden perfect onder het gezag stonden van de mens met enkel het goede aanwezig in eenheid met God onze schepper zijn ze natuurlijk na de zondeval voor het goede maar jammer genoeg ook voor het kwade gebruikt. Het is zo’n beetje als met buskruit. Je kan er goede dingen mee doen maar jammer genoeg ook heel slechte dingen als je het kwade op het oog hebt.
De Romeinen bvb gebruikten paarden en hadden daar een enorm militair voordeel mee. De Grieken daarentegen gebruikten ze voor de eerste postdienst. Toen Columbus arriveerde in Amerika, stelde hij de indianen voor aan de “grote honden” van de blanken. Al snel vormden paarden een essentieel een onderdeel van hun leven. Ze hielpen bij de buffeljacht. Maar paarden kunnen net zo goed als werkkracht gebruikt worden om je akker mee om te ploegen of zware goederen te transporteren.

De mens ontdekte dat je verschillende paarden kan combineren en paarden met diverse bekwaamheden kon fokken: werkpaarden, koetspaarden, pony’s voor kinderen. Je kan ze fokken in alle afmetingen. Het grootste paard ooit gefokt was 2m10cm hoog en woog 1400 kg. Het kleinste paard ooit gefokt was 35,6 cm hoog en woog 9kg. Variatie is iets wat in elke dierensoort voorkomt en God bepaalde in het DNA bouwplan de variatie mogelijkheden binnen een soort. Met al die variëteiten fokten ze nog steeds hetzelfde dier: een paard. Ze kregen geen apen of varkens. Gewoon paarden. Dat komt omdat er binnen het genoom begrenzingen ingewerkt zijn. Dat ligt dan ook geheel in lijn met wat de bijbel ons leert “elk naar zijn aard”.

Ex evolutionist Dr Martin aan het woord:
“God maakte het paard op een zeer speciale manier. Voor zijn omvang is zijn hart
klein. Het is te klein om het bloed effectief door het hele gestel te pompen. Daarom
heeft het paard vier kleine, extra hulppompen, namelijk zijn hoeven. Als je een hoef
aan de onderkant bekijkt heeft het aan de buitenkant een hard gedeelte en in het
midden een zacht weefsel in V-
De ogen van een paard staan aan de zijkant van het hoofd, zodat hij van op een afstand kan zien wat voor hem is, maar niet van vlakbij. Daarom heeft hij een zeer gevoelige bovenlip met haartjes. Het paard gebruikt de bovenlip om zorgvuldig een bepaald soort gras te kiezen. Er zijn bvb twee graspollen en ‘tene soort gras vind hij lekkerder maar omdat hij dat niet ziet, gebruikt hij zijn bovenlip om onderscheid te maken. Hij kan er graan mee onderscheiden, haver van maïs. Ze zijn dus ontworpen met deze complexe, uitgebalanceerde manier van onderscheiden. Als hij het niet kan zien, dan weet hij toch wat het is, dankzij die gevoelige bovenlip.”
Paarden zijn een geschenk van God. Geschapen tot hulp van de mens. Ze waren perfect geschapen en goedaardig, onder de heerschappij van de “toen nog goede” mens gesteld. Ondanks dat het kwade in zowel het paard als de mens ingeslopen is met alle degeneratieve gevolgen vandien, dragen paarden nog steeds de getuigenis in zich van de ingenieur die achter deze schepping steekt.
Onze Almachtige God en Schepper.
Aan hem zij de eer tot in alle eeuwigheid. Amen?
Website Admin Daniël Adams




© 2008 Revolutietheorie

De huid van een olifant kan ongeveer 2 tot 5 cm dik worden. Zweten via de huid is voor de olifant niet van toepassing. De olifant neemt dan ook graag een modder bad ter bescherming tegen de hitte.
Hun grote oren vallen natuurlijk wel erg op maar hebben dan ook een hele speciale functie.
