Volgens een oude, Griekse legende vielen Daedalus, een oude man, en Icarus, zijn zoon, beiden uit de gratie bij de koning van Kreta. Zij waren naar een klein eiland in de Middellandse Zee verbannen. Natuurlijk zochten ze een manier om te ontsnappen.
Het verhaal gaat dat Daedalus zorgvuldig het ontwerp van de vleugels van de zeevogels bestudeerde. Daarna maakte hij twee paar vleugels van was en veren. Deze vleugels maakten het mogelijk om te ontsnappen. Maar het liep allemaal rampzalig af toen Icarus in zijn enthousiasme over het feit dat hij kon vliegen, te dicht naar de zon vloog. De dichter zegt: “Met smeltende was en losrakende teugels, zonk de ongelukkige Icarus op ontrouwe vleugels.”
Pas drieduizend jaar later zou de mens leren vliegen. Maar niet door vleugels aan te binden. Een mens is gewoonweg niet gebouwd om te vliegen. En er is meer nodig dan vleugels om daar verandering in te brengen.
Om maar eens één ding te noemen: de borstspieren, die bij de mens dienen voor de beweging van schouders en armen, wegen minder dan één procent van het totale lichaamsgewicht. Maar bij sommige vogels kunnen deze spieren wel dertig procent van het lichaamsgewicht bedragen.
De beenderen van een vogel zijn echter wel heel erg licht. De beenderen van de fregatvogel, die vleugels heeft met een spanwijdte van ruim twee meter, wegen bijvoorbeeld nog geen 150 gram. Denkt u zich dat eens in! Zijn verenkleed weegt nog meer dan zijn skelet. En veren wegen niet veel, dat weet u ook wel.
Ondanks het geringe gewicht van het vogelskelet, zijn de beenderen toch ongewoon buigzaam en sterk. En dat zijn weer eigenschappen die nodig zijn om het hoofd te kunnen bieden aan alle spanning en druk die tijdens het vliegen ontstaan. U begrijpt waarschijnlijk wel dat er een enorme hoeveelheid energie nodig is om te kunnen vliegen.
Maar ook hiervoor hebben de vogels de juiste voorzieningen. Zij hebben de hoogste lichaamstemperatuur van alle dieren. Deze hoge lichaamstempératuur zorgt er, samen met een efficiënte spijsvertering en een snelle bloedsomloop, voor dat vogels een ongebruikelijk hoog percentage kunnen benutten van het voedsel dat ze eten.
Iemand heeft eens berekend dat de goudplevier zo goed in elkaar zit dat deze bij zijn trek van Labrador naar Centraal Zuid Amerika, duizenden kilometers over de oceaan, slechts zestig gram van zijn lichaamsgewicht verliest. Als een klein vliegtuig even zuinig zou zijn, zou het brandstofverbruik ongeveer 1 liter brandstof op zestig kilometer zijn, in plaats van de 1 op 7 die het nu verbruikt.
Naar de borstspieren moet er natuurlijk een snelle toevoer van energie zijn. Maar het ziet ernaar uit dat er niets over het hoofd is gezien. Vogels hebben namelijk een hogere bloeddruk dan mensen en het suikergehalte is ongeveer tweemaal zo hoog als bij zoogdieren. Slechte vliegers, zoals de tamme kip, hebben een naar verhouding slechte bloedtoevoer naar de borstspieren. Daarom is het vlees ook licht van kleur. Maar goede vliegers hebben een heel goede bloedsomloop in deze spieren, en die spieren zijn dan ook donkerrood van kleur.