Toestemming tot plaatsing verkregen van de redactie van het tijdschrift
© Houvast
Houvast 2010
Kunstwerk
Onze voelsprieten, ontvangen zij niet het hartsgeheim van de bloemen? Zijn het geen levende kleinoden door God gevormd, rijker bekleed dan de mantel van Salomo?
De bloemenweelde vertelt ons:
     Wij zijn uit God geboren; wij zijn geen toevalskinderen; wij zijn kinderen van de Allerhoogste en verkondigen zijn onuitsprekelijke liefde in ons reukwerk. Hoe treurig is het dat de techniekmens de vuile vingerafdrukken van zijn vernietiging achterlaat op onze schoonheid.

Een niet te overbruggen kloof gaapt er tussen leven en dood. Zonder de plant zouden wij van honger sterven tussen bergen van goud en diamant. Wat de mens niet kan met al zijn wetenschap, dat doet de plant. Zij maakt het levenloze levend. Uit stof, water en zonlicht formeert zij ons smakelijk voedsel, fijn ingepakt in een waterdichte huid, in sterke omhulsels, zoals bij noten en kastanjes; erwtjes en boontjes zijn netjes geordend in doosjes.

Smakelijk zat ik een appel op te peuzelen. Ik haalde er de korreltjes uit zonder er verder over na te denken. Maar opeens kwam in mij een vraag op:

Hoe is het mogelijk dat zo'n korreltje een appelboom kan voortbrengen? Wie vormde toch dat wonderbaarlijke korreltje?
De zaadkorreltjes bevinden zich in het klokhuis. Zij sluimeren in een koninklijke wieg in het hart van de appel. Elk korreltje bewoont een afzonderlijk kamertje van het appelappartement. Elk kamertje is geïsoleerd tegen de vochtigheid met een hard blinkend bekleedsel, om de appelzaadjes niet te beschadigen. Op hun beurt zijn deze beschermd door een stevig omhulsel; immers zij dragen in hun boezem het ganse bouwplan voor een nieuwe appelboom. Eeuwig bouwen is hun toverwoord. Een dubbele bescherming is hier dan ook meer dan nodig. Deze zaadjes, wie vormde ze met een rijke toekomst in hun schoot? Wie zorgde zo zorgvuldig voor hun behoud?
Leven na dood