Bijen werken zonder blauwdruk of tekeningen op schaal. En toch is iedere cel volmaakt – precies op maat voor een bij. Hoe krijgen ze dat voor elkaar?
Ze gaan als een slinger aan de bovenkant van de korf hangen. Of in een holle boom. Eén bij houdt zich vast aan het dak, de volgende bij haakt in aan de hangende poten van de eerste bij, enzovoort. Deze bijenketting wordt steeds langer en tijdens het heen en weer slingeren haken ze ook nog links en rechts in, tot ze een levend gordijn vormen.
Ze hangen zichzelf op deze wijze op om was te produceren. Er zitten vier wasklieren aan het achterlijf van de bij. En na ongeveer vierentwintig uur hangen begint er uit deze klieren was te komen. Als een bij voelt dat zijn was klaar is, klimt hij omhoog boven de andere bijen heen, neemt de was, kauwt deze en klopt de was vast aan de raat.
In het begin doen de bijen niets anders dan de was opstapelen. Daarna vormen ze ruwe holten, klimmen erin en beginnen te duwen. Blijkbaar ontstaat er door al dat geduw een soort trilling die de bijen in staat stelt om de elasticiteit en de dikte van de muren te beoordelen. Het resultaat – de volmaakte vorm en de ongelooflijk dunne wanden. Zo ontstaat de honingraat.
Bij de uitvoering van hun taak demonstreren de bijen een geweldige samenwerking, alsof hun opdracht op het mededelingenbord is opgeprikt. Geweldig goed georganiseerd, zult u zeggen. Inderdaad. Maar wie heeft daarbij de leiding?
Niet één bij leeft voor zichzelf. Ze leven allemaal voor de korf. Er leven soms meer dan 75.000 bijen in een korf, die allemaal volmaakt samenwerken, als een eenheid.Maar wie heeft de leiding? De koningin? Je zou kunnen zeggen dat ze de leiding heeft bij het uitzwermen. Maar zelfs dan spelen de werkbijen de hoofdrol bij het uitkiezen van een nieuwe plaats om te nestelen. De koningin is een legmachine. Op één enkele dag kan ze wel tweeduizend eieren leggen. En verder produceert ze klaarblijkelijk een aantal chemische signalen die er op de een of andere manier voor zorgen dat de kolonie zonder problemen functioneert. Want er wordt beweerd dat er nog geen honderd werkbijen nodig zijn om een raat te bouwen als er een koningin aanwezig is, maar duizenden werkbijen als er geen koningin is. Maar is ze ook de leidster van de korf? Beslist niet.
En de darren zijn ook geen leiders. De mannetjesbijen zijn weinig productief. Ze verdoen hun leven met wachten – alleen maar wachten op een gelegenheid om achter een koningin aan te jagen tijdens haar paringsvlucht.
De werkbijen zijn buiten kijf de wonderdieren van de bijenkorf. Maar ze hebben geen leider. Toch krijgen ze op de een of andere manier precies voor elkaar wat gebeuren moet.