‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.
Dode stof, kan dit leven baren? Het toeval, waarom wil men het een ontzaglijke eer toekennen?
Het protoplasma, het vlees van de levende cel, drager van het schatrijke leven, is een zodanig verfijnde constructie, dat zij totaal onbegrijpelijk is voor ons. Het is een wereld van eeuwige ideeën, die zich geheimenisvol bewegen achter het gordijn van het zichtbare. Een aantal miljarden drukletters door elkaar gegooid in de wind der eeuwen, zouden ze in harmonieuze volgorde een woordenboek kunnen vormen? Hoeveel eeuwen zou het toeval nodig hebben om een dergelijk wonder te realiseren?…
Dode stof, kan het op lange termijn wijsheid, schoonheidszin en liefde openbaren?
Wij kijken naar de natuur. Deze, ontredderd door de vloek van de zonde, brengt naast doornen en distels eveneens prachtige bloemen en sappige vruchten voort. Verdwenen is de onbevlekte heerlijkheid van de natuur, verdoofd is haar glans; en toch, zie, welke pracht er nog overblijft.
Geen theorie kan uitleggen waarom de celletjes zich vermenigvuldigen in zo 'n wonderbaarlijke en doelmatige orde. Niets is overgelaten aan het toeval. Het celletje werkt als iemand die op voorhand zijn plannen heeft gemaakt en die uitwerkt in alle stilte, met een grootse technische vaardigheid!
Een Intelligentie is hier aan het werk, oneindig groter dan die van de mens.
Wie zou kunnen begrijpen hoe een uiterst ingewikkeld celletje door een blind toeval zou zijn ontstaan, dat op zijn beurt als een hoger genie in staat zou zijn ontelbare celletjes in een ondenkbare verscheidenheid te vormen om hiermee levende prachtwerken samen te stellen: de vorstelijke bloemenwereld, mooie vlinders, vissen en vogels, uitgestrekte wouden met reusachtige bomen en prachtdieren, de meesterlijke mensengestalte.