Startpagina.Nieuws.Natuur.Wetenschap.Schepper.Houvast.Interactief.Multimedia.Archief.Linken.Contact.

Wetenschappers onderzoeken de Grand Canyon nu al 140 jaar. Je zou toch denken dat ze er nu wel een aardig goed beeld van hebben. Niet dus. De rol die de Colorado rivier heeft gespeeld bij het uitslijten van het landschap is nog steeds een "klassiek mysterie in de geologie", volgens Joel Pederson in een artikel in GSA Today (een tijdschrift van de Geological Society of America). Een gedeelte van het Colorado Plateau, waar de rivier doorheen stroomt, is namelijk hoger dan de rest: het Kaibab plateau. Als de Colorado rivier de Canyon inderdaad heeft uitgesleten, zoals seculiere geologen veronderstellen, dan moest hij eerst over een behoorlijke heuvel heen. Rivieren stromen normaal gesproken niet de heuvel op, dus moet er een oplossing voor dit dilemma gevonden worden. Het eerste waar je aan denkt is natuurlijk dat het Kaibab Plateau later omhoog gekomen is, maar die theorie stuit op problemen bij dateringen. Het Plateau zou er namelijk eerder zijn geweest dan de rivier. Voor een eventuele eerdere of andere rivieren is geen bewijs (zoals een rivierdelta). Pederson probeert wel een verklaring te vinden, maar loopt tegen twee problemen aan: (1) dateringen van formaties, gebaseerd op de geologische tijdschaal en (2) de aanname dat de formatie langzaam heeft plaatsgevonden, gedurende lange perioden. Hij ging niet in op eerdere onderzoeken die lijken aan te tonen dat de Canyon veel jonger is dan gedacht (Cration Evolution Headlines) Hij ging ook helemaal niet in op het werk van creationistische geologen, die een catastrofale vorming voorstellen (de zondvloed).


 

 

 


 

 

 

 

 

Als je de aarde vanuit de lucht bestudeert, dan zie je overal erosiepatronen waar het nauwelijks regent. Je vind ze overal ter wereld.
Er is duidelijk bewijs dat de Grand Canyon gevormd is in een paar weken.

Er zijn rimpelpatronen van 1,6 kilometer uit elkaar.
Gigantische rimpelpatonen in Zuid-Irak. (De Zargos Keten)
Bewijs van een enorme hoeveelheid snel bewegend water.
Een grote zondvloed is de beste verklaring.

Pederson kan voor zijn goede fatsoen in een blad van de GSA ook niet beginnen over creationistische geologie. De GSA heeft een duidelijke uniformitaristische inslag. Mensen die een catastrofistische kijk op de Canyon hebben worden vaak weggehoond door hun collega geologen. Toch blijkt steeds vaker dat formaties als de Grand Canyon wel degelijk snel kunnen ontstaan. Maar seculiere geologen blijven gevangen in hun uniformitaristische denkwereld. Ze kunnen schijnbaar niet anders. Creationistische geologen als Walt Brown en Steve Austin hebben aangetoond dat de Grand Canyon na de zondvloed ontstaan kan zijn doordat ingesloten meren ten noordoosten van de Canyon een dambreuk veroorzaakten. Hun modellen verklaren hoe de rivier door het plateau sneed zonder een delta achter te laten. Dit scenario verklaart ook een hoop andere geologische structuren. Bij Mt. St. Helens is ook een Canyon ontstaan toen een modderstroom door een dam heen brak, wat door Steve Austin goed wordt onderbouwd in zijn boek "Grand Canyon: Monument to Catastrophe").
Seculiere geologen negeren dit dus volkomen, omdat ze ervoor gekozen hebben de aarde als 'oud' te zien en geologische processen als 'langzaam'. Ergens in de negentiende eeuw hebben mensen als James Hutton deze ideeën populair gemaakt en sindsdien is het blijven hangen, in stand gehouden door invloedrijke personen. Bij nader onderzoek stuit men steeds op bewijzen voor catastrofale vorming, maar het schijnt geen indruk op ze te maken. Het hele idee van 'oude aarde' en 'langzame processen' past natuurlijk goed in het Darwinistische denkbeeld dat het leven door vele kleine veranderingen over een lange tijd ontstaan is. Die twee disciplines houden elkaar dan ook heerlijk de hand boven het hoofd. En probeer er maar eens tussen te komen met een Bijbels wereldbeeld. Je wordt compleet weggestemd. Hun argumenten stoelen echter meestal op een
het-beste-wat-we-hebben verklaring. Het creationistische model is echter zeer goed onderbouwd en wint steeds meer terrein, ondanks dat het volslagen genegeerd wordt door mensen als Pederson. Hij nam niet eens de moeite om de modellen van Austin en Brown te bespreken, laat staan te weerleggen. Ach, misschien zou hij wel door de GSA verbannen zijn als hij ze genoemd had. De theorie van een dambreuk kan overigens best genoemd worden zonder 'creationistisch te klinken', omdat het helemaal stoelt op bekende natuurkundige processen. De zondvloed is echter wel de beste verklaring voor de gigantische binnenmeren die nodig zijn voor de formatie van de Grand Canyon.

 

.

 

 


 

 

 

 

 

Rollover de afbeelding
Diamant

De in totaal negen natuurlijke diamanten, die gevonden zijn in Brazilië en geacht werden een paar honderd miljoen jaar oud te zijn, bevatten nog radioactief koolstof.