Startpagina.Nieuws.Natuur.Wetenschap.Schepper.Houvast.Interactief.Multimedia.Archief.Linken.Contact.
Het loslaten van de onfeilbaarheid van de bijbel

Op het moment wordt door velen binnen de evangelische wereld de onfeilbaarheid losgelaten of uitgehold.
Zo begint dhr A.P. Geelhoed van wie we het volgende artikel  mogen overnemen.
Evangelisch Vlaanderen is aan het vallen voor waarheidspluralisme maar verlaat daarmee de bijbelse waarheid en onfeilbaarheid. Men steunt daarmee op een aantal leiders die volkomen het noorden kwijt geraakt zijn met klinkende namen zoals bvb een Ouweneel.
Daarmee wordt de dwaalgeest van evolutie door velen de kerk binnen geloodst. Gelukkig is het overal nog niet zo, maar schijnbaar laten veel Christenen de leugen van de evolutie leer toe een intrede te maken binnen Evangelisch Vlaanderen. Daarom plaatste ik dit artikel van onze Noorderburen in de hoop dat Evangelisch Vlaanderen zich eens gaat bezinnen en de ernst van de zaak zou inzien. Want als je als leiding fundamentele zaken toelaat in de gemeente van Christus waarvan vele Christenen beweren dat het een valse leer is en een dwaalgeest dan is het zondig om deze waarschuwingen zomaar naast zich neer te leggen. Denk ook eens als leiding welke verantwoordelijkheid je hierin draagt bij het toelaten van een valse leer die ingaat tegen de bijbelse waarheid en ingaat tegen wat Christus en zijn apostelen bevestigden.

Handelingen 17v11
Nog diezelfde nacht stuurden de leerlingen Paulus en Silas naar Berea. Toen ze daar waren aangekomen, gingen ze naar de synagoge. De Joden in Berea waren welwillender dan die in Tessalonica, want ze luisterden vol belangstelling naar de verkondiging van het evangelie en bestudeerden dagelijks de Schriften om te zien of het inderdaad waar was wat er werd gezegd.

Laten de schriften onze toetssteen zijn in alles. We willen aan de waarheid vasthouden. De evolutietheorie is op zichzelf al een grote leugen, die wetenschap voor zijn kar wil spannen maar dit in geen geval in geest en waarheid kan. De evolutieleer gaat nml in tegen hedendaagse wetenschap en gaat in tegen Gods woord en waarheid.

Openbaring 19v11-15
Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter, die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.  Zijn ogen waren als een vlammend vuur en op zijn hoofd had hij veel kronen. Er stond een naam op hem geschreven die niemand kende, alleen hijzelf. Hij droeg met bloed doordrenkte kleren. Zijn naam luidde ‘Woord van God’. De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit linnen, volgde hem op witte paarden. Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee hij de volken zal slaan, en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden. Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden. Op zijn kleding en op zijn dij staat de naam ‘Hoogste Heer en koning’.

Christen leiders die zich laten verleiden tot het toelaten van de “leugengeest” en “dwaalgeest” (het beest en zijn profeet) echter zullen daar een grote verantwoordelijkheid voor moeten afleggen. Voor waarheids getrouwe Christenen en Christen leiders die de dwaalgeest van de evolutietheorie niet toelaten ligt een prachtige beloning te wachten. Laat allen eendrachtig de evolutie theorie verwerpen en waarheidsgetrouwe Christenen zijn.

Daarom deze oproep:
Evangelisch Vlaanderen bezin U en lees eens aandachtig dit artikel ter overdenking. Ik hoop dat het mee mag helpen in de strijd om Evangelisch Vlaanderen en ja ook Evangelisch Nederland (want we hebben heel wat Nederlandse bezoekers hier) rein te maken van de leugengeest en de dwaalgeest die schuil gaat in de evolutietheorie.
Het  artikel dat dhr A.P. Geelhoed schreef heeft een scherp inzicht en beoordeling van wat er jammer genoeg maar  feitelijk aan het gebeuren is in de Evangelische kerk in Nederland maar ook hier in België.

Daniël Adams Website Admin.

Het loslaten van de onfeilbaarheid van de bijbel

Op het moment wordt door velen binnen de evangelische wereld de onfeilbaarheid losgelaten of uitgehold.
1.1. De algemene overtuiging van de evangelicals

Tot ongeveer vijftien jaar geleden was de overtuiging dat de bijbel onfeil­baar is nog de algemene overtuiging van de (Neder­landse) evangeli­cals.

Zo geloofden b.v. alle pioniers van de EO in de onfeilbaar­heid van de Bijbel. De EO heeft dan ook de eerste helft van haar bestaan consequent de onfeilbaarheid van de bijbel beleden en verdedigd. De grondslag die de oprichters van de Evangelische Hogeschool (de EH) indertijd hebben gekozen is ook een duide­lij­ke illustratie van de toen algemene aanvaar­ding van de onfeil­baar­heid van de bijbel. De initiatiefnemers van de EH hebben welbewust de onfeilbaar­heid tot de kern van de grondslag gemaakt.

1.3. Wat de evangelicals met onfeilbaar bedoelden

Onfeilbaar wil zeggen zonder feilen, zonder fouten. Men ge­loofde dat de bijbel onfeilbaar/foutloos is, althans in de originele geschriften.

In een in 1981 door de EO uitgegeven boekje wordt als volgt de onfeilbaarheid onder woorden ge­bracht: "nu gaat het er om in te zien dat Gods Geest gewaakt heeft over elk woord dat werd opge­schreven en dat daarom de Bijbel geen menselijke vergis­singen kan bevatten ook niet op het punt van natuur en geschiedenis... Gods Geest heeft er over gewaakt dat het ge­woon-menselij­ke spraakge­bruik van de bijbelschrijvers bewaard bleef voor fouten".

Dus geen mense­lijke vergissingen en bewaard voor fouten.

1.3. De bijbelse basis van de leer over de onfeilbaarheid

De leer over de onfeilbaarheid van de bijbel is gebaseerd op het zelfgetuigenis van de bijbel. Het is geen menselijk bedenksel of een menselijke theorie.

De bijbel  is woord voor woord (woordelijk) ingegeven door Gods Geest. De bijbel spreekt dan ook over de woorden (meervoud) Gods (Romeinen 3:2). De woorden van de bijbel zijn uitgesproken door de Heilige Geest bij monde van de menselijke auteurs (Zie b.v. Hand 1:16; "Het schriftwoord ... dat de Heilige Geest voorheen bij monde van David gesproken heeft). God heeft door zijn Geest de menselijke auteurs van de bijbel zodanig geleid dat ze precies, tot in de keuze van de woorden, datgene neerschreven wat God bedoelde te zeggen. De "bijbel zegt" en "God zegt" kun je dan ook onderling uitwisselen.

De Heilige Geest kan niet liegen of Zich vergissen dus kunnen er geen fouten in de bijbel staan.

Jezus zegt verder dat God achter elke letter staat. Geen jota zal onvervuld blijven (Mattheus 5:18). Voor God is dus elke letter (elke woord) van de bijbel van belang.

Paulus bouwde een leerstelli­ge redenering op de vorm van één enkel woord. (zaad in plaats van zaden; Galaten 3:16). Zoiets kun je alleen doen als de bijbel tot in de vorm van de woorden fout­loos (onfeilbaar) is. De Here Jezus deed hetzelfde als Paulus. Ook Hij baseerde een heel betoog (een gehele bewijsvoe­ring) soms op de vorm van één enkel woord. Zie b.v. Zijn discus­sie met de Sadduceeën over de opstanding (Lucas 20:37,38; Exodus 3:6). Het sleutelwoord in deze teksten is in dit geval het woordje "ben". "Ik ben de God van ... Abraham".  Er staat "ben" in plaats van "was". God was niet slechts de God van Abraham, Izaak en Jakob op het moment dat deze aarts­vaders nog op aarde rondwandelden. Hij was het nog steeds in de tijd van Mozes, dus ook nadat de drie aartsvaders ge­storven waren. Na hun over­lijden zei God nog steeds: "ik ben (ik ben = tegenwoordi­ge tijd) hun God". Als God nog steeds hun God was dan moesten ze er nog zijn, nog leven. "voor God leven zij allen". Met de dood was het dus niet afgelopen zoals de Sadduceeën leerden.

1.4. Het loslaten van de onfeilbaarheid in de huidige­ evangelische beweging

Wat momenteel helaas gebeurt is dat velen binnen de evangeli­sche beweging de onfeilbaarheid van de bijbel loslaten.

In plaats van over onfeilbaar spreken sommigen nu over betrouwbaar. Ze gelo­ven dat er fouten (b.v. tegenstrijdig­he­den) in de bijbel staan maar ondanks dat is de bijbel vol­gens hen toch betrouw­baar. De Bijbel is volgens hen niet volkomen betrouw­baar als het om 'details' gaat, maar wel als het gaat over de geeste­lijke bood­schap en over de grote lijnen van de historische gebeurte­nissen.

Anderen spreken nog steeds over onfeilbaar maar ze hebben de betekenis van dat woord veranderd. Tot deze groep behoort b.v. W.J. Ouweneel. Hij belijdt te geloven in de onfeilbaarheid van de bijbel en tegelijkertijd zegt hij dat de bijbel niet "factueel onfeilbaar en woordelijk foutloos is". De bijbel is volgen hem wel onfeilbaar maar niet feitelijk (factueel) onfeilbaar. De bijbel is volgens hem wel foutloos maar niet woordelijk foutloos. Dus als het om de feiten gaat is de bijbel niet onfeilbaar en als het om de woorden gaat is de bijbel niet foutloos. Hij leert dus een soort feilbare onfeilbaarheid. Het woord onfeilbaar slaat in deze visie dan ook niet meer op de letterlijke tekst van de bijbel. Men stelt dat de geestelijk boodschap van de bijbel onfeilbaar is en ook stelt men dat de grote historische lijn juist is maar niet persé de details.

De "evangelical" Ouweneel noemt de opvatting dat de bijbel onfeilbaar (in de zin van foutloos) is afkeurend de fundamenta­listische visie van een foutloze bijbel.

1.5. Welke argumenten worden daarvoor gebruikt?

1.5.1. Wijzen op probleempassages waaronder (schijnbare)  tegenstrijdigheden.

Als twee uitspraken in de bijbel tegenstrijdig met elkaar zijn dan is één van die twee uitspraken of mededelingen niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Als er werkelijk tegenspra­ken in de bijbel voorkomen dan moeten er dus fouten (onwaar­heden) in de bijbel staan. De moderne "evangelicals" nemen aan dat er dergelijke en andere fouten in de bijbel staan of kunnen staan. Het gaat dan om fouten in de oorspronkelijke geschriften.

Er zijn inderdaad een aantal probleempassages waarvan de (schijn­bare) tegenstrijdigheden de voornaamste zijn. Hoewel dit er, gezien de omvang van de bijbel, relatief weinig zijn. De oorspronkelijke evangelische leiders kenden deze teksten ook, maar ze hebben het desondanks nooit nodig geacht om de leer over de onfeilbaar­heid van de Schrift daarvoor op te geven of aan te passen. Bij nadere bestudering blijken vele tegenstrijdigheden schijn te zijn. Voor vele is een verklaring mogelijk. Anderen zijn wellicht het gevolg van fouten in de tekstoverlevering.

De traditionele evangelical begint met de gelovige aanvaarding van de bijbel als het Woord van God. Vanuit die gelovige aanvaar­ding onderzoekt hij het zelfgetuigenis van de bijbel en komt zo tot de conclusie dat de bijbel foutloos moet zijn. Met als uitgangspunt die gelovig aanvaarding van het zelfgetuige­nis van de bijbel kijkt de traditionele evangelical vervolgens naar de zogenaamde tegenstrij­digheden in de bijbel. En vanuit die ge­loofs­houding besluit hij dat die tegen­strijdigheden ofwel schijn­baar moeten zijn ofwel het gevolg moeten zijn van over­schrijffou­ten.

Ook de traditionele evangelical erkent dus het bestaan van een aantal probleempassages, maar dat leidt niet tot een krampachtig proberen om alles kost wat kost (desnoods met kunstgrepen) op te lossen. Soms schiet onze kennis simpelweg te kort om een op het eerste gezicht onoplosbare tegenstrijdigheid te verklaren. Er is dus geen enkele dwingende reden om op grond van dit soort zaken de onfeilbaarheid (in de traditionele betekenis van dat woord) op te geven.

1.5.2. Een westers wetenschappelijk waarheidsbegrip

De moderne evangelicals, die de traditionele visie op de onfeil­baarheid van de bijbel verwerpen, beweren dat de idee van onfeil­baarheid (in de zin van foutloosheid) niet uit de bijbel zelf afkomstig is maar uit de wetenschap.

Dit is het tweede argument dat ze aanvoeren bij hun verwerping van de onfeilbaarheid/foutloosheid van de bijbel.

Zij, waaronder b.v. Ouweneel, komen met de volgende theorie: in de zestiende, zeventiende eeuw is de westerse wetenschap ontstaan. In die tijd begon met name de natuurwetenschap grote vorderingen te maken. De (natuur)wetenschap werkt zeer nauwkeu­rig. En, zo stelt men, uit respect voor de wetenschap werd deze eis van grote nauwkeurigheid (foutloosheid) ook aan de bijbel opgelegd.

Volgens de aanhangers van deze theorie is het de fout van de traditionele evangelicals dat ze het westers wetenschappelijke waarheidsbegrip (de eis van nauwkeurigheid) op de bijbel toepas­sen. Zij beschuldigen de traditionele evangelicals dan ook van ratio­nalisme en sciëntisme.

Tegen deze theorie brengen de traditionele evangelicals in dat de leer over de onfeilbaarheid van de Schrift wel degelijk op het zelfgetuigenis van de bijbel rust. (Zie punt 1.3 hierboven). Denk aan Jezus die het belang van een letter onderstreepte. Denk aan Paulus en Jezus die een bewijsvoering bouwden op de exacte vorm van één enkel woord.

Daarnaast valt op te merken dat de aanhangers van deze theorie de eis van nauwkeurigheid wel zeer sterk verbinden met het westers wetenschappelijke denken. Daar gaan ze veel te ver in. Ook buiten de wetenschap eist men geregeld nauwkeurigheid. We verwachten b.v. van een journalist toch ook dat hij naar waarheid (en wel nauwkeurig) een verslag van allerlei gebeurtenissen geeft? Met het ontstaan van de westerse wetenschap is echt niet opeens plotseling het verlangen naar nauwkeurigheid geboren. Denk aan Lucas die vertelt over de nauwkeurige wijze waarop hij zijn evangelie heeft vervaardigd. "Na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben nagegaan". (Lucas 1:3)

Natuurlijk is de bijbel geen wetenschappelijk boek in strikte zin van het woord. De schrijvers van de bijbel gebruikten de normale dagelijkse spreektaal en geen theologisch of ander vakjargon.

1.6. Is de leer over de onfeilbaarheid een recente ontwikkeling?

De traditionele evangelicals hebben dit altijd ontkend. Zij beweren dat de christenen altijd in de onfeilbaarheid hebben geloofd. Dat standpunt wordt b.v. onder woorden gebracht in artikel XVI van de Chicago Verklaring over de onfeilbaarheid van de bijbel. In dat artikel staat het volgende: "wij bevestigen dat de leer van onfeil­baar­heid een integrerend deel is geweest van het geloof van de Kerk doorheen haar geschiedenis. Wij ontkennen dat onfeil­baar­heid een leerstelling is die zou zijn uitgevonden door scholas­tisch protestantisme of een reactionaire stelling is die noodza­kelijk is gemaakt in reactie op negatieve hogere kritiek"

Uit de dogmageschiedenis blijkt dat het nauwkeurig formuleren van een dogma vaak de reactie is op het binnendringen van een valse onbijbelse leer op dat punt. Het opkomen van een valse leer dwong de christenen (de kerk) tot een nauwkeuriger weergave en afscherming van het aangevallen punt. Zo is het gegaan met de leer over de Drie-eenheid met de leer over de canon, met de leer over de rechtvaardiging door het geloof, met de leer over de doorzichtig­heid van de bijbel en zo is het met de leer over de onfeilbaar­heid (de inerrancy) van de bijbel ook gegaan. Door de opkomst van de systematische schrift­kritiek werden de orthodoxe christenen als het ware gedwongen om nog eens nauwkeurig na te gaan wat de bijbel over zichzelf zegt om van daaruit de onfeilbaarheid van de bijbel nader te omschrij­ven.

Niemand maakt er bezwaar tegen dat de eerste kerkvaders, in reactie op een aanval op de Drie-eenheid de leer van de drie-eenheid nader hebben geformuleerd. Of niemand maakt er bezwaar tegen dat Luther in reactie op de valse leer van de rooms-katholieke kerk de bijbelse leer over de rechtvaardiging door het geloof helderder heeft geformuleerd. Zo hebben vooraanstaande orthodoxe theologen in reactie op de aanval vanuit de schriftkri­tiek de bijbelse leer over de onfeilbaarheid nauwkeuriger om­schre­ven.

Dat heeft niets met scholastiek te maken. Dat heeft alles te maken met het nauwkeu­rig bestuderen van het zelfgetuige­nis van de bijbel.

Het nauwkeuriger formuleren (b.v. het gebruik van de term iner­rancy omdat de term onfeilbaarheid werd uitgehold) betekende ook geen breuk met het verleden of een nieuwe ontwikkeling zoals allerlei neo-evangelicals ons willen doen geloven.

Ter illustratie geef ik enkele citaten aan die het boven­staan­de onderstrepen.

Een citaat van Augustinus:

"I have learned to yield this respect and honor only to the canonical books of Scripture: of these alone do I most firmly believe that the authors were completely free from error. And if  in these writings I am perplexed by anything which appears to me opposed to truth, I do not hesitate to suppose that either the manuscript is faulty, or the translater has not caught the meaning of what was said, or I myself failed to understand  it"

Een citaat van Luther:

"The Scriptures have never erred .. The Scriptures cannot err       .... It is certain that Scripture would not contradict itself;  it only appears so to the senseless and obdurate hypocrites"

De idee dat de bijbel onfeilbaar (foutloos/inerrant) is, is dus bepaald geen moderne uitvinding.

Het is wel zo dat b.v. Luther en Calvijn de leer over de onfeil­baarheid niet zo goed hebben doordacht als ze dat hebben gedaan met b.v. de leer over de genade en de rechtvaardiging.

1.7. Errantisme en inerrantisme

In de Engelstalige wereld wordt de overtuiging dat de bijbel onfeilbaar, in de zin van foutloos, is vaak "inerrantisme" genoemd. De overtuiging dat de bijbel wel fouten kan bevatten of bevat wordt "errantisme" genoemd.

De traditionele evangelicals zijn inerrantisten en de moderne evangelicals zijn errantisten.

1.8. Er wordt vaak een karikatuur gemaakt van het inerrantisme

De moderne evangelicals (de neo-evangelicals) maken voortdurend een karikatuur van het traditionele standpunt van de onfeilbaar­heid.

Men stelt het b.v. vaak zo voor dat de inerrantisten niet zouden onderkennen dat de bijbel in normale spreektaal is geschreven en geen wetenschappelijk taal spreekt. En dat ze niet zouden onder­kennen dat in de bijbel de taal van de waarneming wordt gesproken b.v. de zon gaat onder of komt op. Deze voorstelling van zaken klopt in het geheel niet. Zie b.v. het al eerder aangehaalde citaat uit het door de EO uitgegeven boekje "de bijbel in de beklaagdenbank". Daar wordt gezegd dat Gods Geest er over heeft gewaakt dat het gewoon-menselijk spraakgebruik van de bijbelschrijvers bewaard bleef voor fouten.

Of men stelt het zo voor alsof de inerrantisten niet in zouden zien dat soms, om maar eens wat te noemen, in de bijbel afgeronde getallen worden geven.

Een eerlijke en evenwichtige weergave van de traditionele evange­lische leer over de onfeilbaarheid van de bijbel wordt gegeven in de zogenaamde "Chicago Verklaringen" over de onfeilbaarheid en de interpretatie van de bijbel.

Erickson maakt in zijn bekende boek "Christian Theology" onder­scheid tussen volledige en absolute foutloos­heid van de bij­bel. Onder absolute onfeilbaarheid verstaat Erickson de over­tuiging waarbij b.v. niet wordt onderkend dat in de bijbel de taal van de waarneming wordt gesproken. Onder volledige on­feil­baarheid verstaat Erickson de overtuiging waarbij men gelooft in de foutloosheid van de bijbel maar waarin men wel rekening houdt met de taal van de waarneming. Dit is b.v. de positie van de opstellers van de Chicago Verklaringen.

1.9. Het scopusverhaal

Moderne evangelicals, zoals W.J. Ouwe­neel en ds A. van der Veer, zijn dus van mening dat de traditionele leer over de onfeilbaar­heid (over de foutloosheid) van de bijbel niet gebaseerd is op het zelfgetuigenis van de bijbel maar op buitenbijbelse filosofi­sche ideeën. Als alternatief komen ze met het zogenaamde "scopus" verhaal. De bijbel is in deze visie in bepaalde opzichten niet onfeilbaar maar in andere opzichten weer wel.

Men laat de onfeilbaarheid niet meer slaan op de gehele tekst van de bijbel. Men laat ruimte voor tegenspraken op historisch en geografisch gebied. Al voegt men er bij dat het dan alleen om details gaat. Ze beweren dat de bijbel in hoofdzaak (in de kern/in de bood­schap/in de grote historische lijnen/in de scopus) onfeilbaar is maar niet in allerlei historische en geografische details.

Van het scopusverhaal bestaan verschillende varianten. Ik heb hierboven de variant beschreven die nog het dichtst in de buurt blijft van de tradi­tionele evangelische leer over de onfeilbaarheid..

1.10. Een derde weg

De moderne evangelicals spreken over een zogenaamde "derde weg". Dat is een weg die loopt tussen aan de ene kant de modernistische (vrijzin­nige) schriftbeschouwing en aan de andere kant de tradi­tionele evange­lische schriftbeschouwing. De traditionele evan­ge­lische schriftbeschouwing wordt door hen, in dit verband, steevast "funda­mentalistisch" genoemd.

1.11.  De ernstige gevolgen van het loslaten van de onfeilbaarheid

Hoe ernstig is het loslaten van de onfeilbaarheid?

Ik citeer uit de, al eerder genoemde, Chicago stellingen:

"Het gezag van de Schrift is onontkoombaar aangetast als deze volledige goddelijke onfeilbaarheid op om het even
welke manier wordt beperkt of veronachtzaamd ... en  zulke vergissingen brengen ernstig nadeel met zich mee zowel voor de enkeling als voor de kerk"

Wat zijn de gevolgen?

1.11.1. Onderscheid tussen verpakking en inhoud

Als je eenmaal de foutloosheid hebt losgelaten dan heb je in principe de scheiding gemaakt tussen de verpakking (de letter­lijke tekst van de bijbel) en de inhoud (de boodschap van de bijbel). De verpakking is dan niet foutloos maar de inhoud wel.

(In feite maak je dan een onderscheid tussen de letterlijke tekst van de bijbel en het woord van God.)

1.11.2. Ondermijning van de woordelijke inspiratie

Het loslaten van de onfeilbaarheid ondermijnt de woordelijke inspiratie van de bijbel. Het is immers moeilijk vol te houden dat de Geest der Waarheid (dat is de Heilige Geest) de bijbel­schrijvers geleid zou hebben in de exacte keuze van hun woorden als ze tegelijkertijd daarin fouten zouden hebben gemaakt. Dan zou de Geest hen geleid hebben in het schrijven van onwaarheden.

Als je aanvaardt wat de Bijbel over zichzelf getuigt, namelijk dat het Schriftwoord is uitgesproken door de Heilige Geest, dan dwingt het loslaten van de onfeilbaarheid tot de stelling dat de Heilige Geest zichzelf bewust heeft tegengesproken en dat Hij leugens (onwaarheden) heeft verkondigd door de bijbel­schrij­vers.

Je ziet dan ook dat de moderne evangelicals moeite hebben met het accepteren van de woordelijke en volledige inspiratie van de bijbel.

De evangelicals en alle bijbelge­trouwe gelovigen van alle tijden hebben altijd geloofd in de zogenaamde volledige en woordelijke inspiratie van de bijbel. Dat betekent, zoals gezegd, dat de schrijvers van de bijbel door Gods Geest geleid zijn in de keuze van elke woord dat ze neerschreven.

Wie de woordelijke en volledige inspiratie verwerpt breekt met het hoofdpunt van de orthodoxe schriftbeschouwing. Iemand die dat doet is niet meer orthodox in zijn of haar schriftbeschouwing.

1.11.3. Hoe zit het dan met de uitspraken van Jezus?

Men stelt dat de bijbelschrijvers zich soms vergisten in geogra­fische of historische details. Als men dit accepteert hoe kan men er dan zeker van zijn dat diezelfde bijbelschrij­vers zich ook niet hebben vergist in het weergeven van de woorden van Jezus? Of werden de bijbelschrijvers op het moment dat ze Jezus citeer­den ineens wel "westers wetenschappelijk nauwkeurig" door Gods Geest geleid? Is dan het ene stukje van de bijbel anders geïnspi­reerd dan het andere?

1.11.4. Ruimte voor concessies in de richting van de Schriftkri­tiek

Het begrip betrouwbaar is veel rekbaarder dan onfeilbaarheid. Fouten zijn immers bij betrouwbaar mogelijk. Fouten kunnen, zo stelt men, zolang ze de betrouwbaarheid niet aantasten. Wanneer echter tast iets de betrouwbaar­heid aan? Daar is niet of nauwe­lijks een goed criteri­um voor te geven.

Tast b.v. het vergeestelijken van de schepping van Adam en Eva de betrouwbaarheid van de bijbel wel of niet aan? Voor uw gevoel zal dit de betrouwbaarheid van de bijbel wellicht wel aantasten maar voor het gevoel van een groot gedeelte van het "evange­lische" Fuller Theological Seminary blijkbaar niet. Want, zoals uit een in 1982 gehouden enquête onder de studenten, bleek, geloofde toen 44 % van de studenten niet dat het mense­lijk leven met de letterlijk te nemen schep­ping van Adam en Eva was begon­nen. En toch beleden ze allemaal dat de bijbel betrouw­baar is.

1.11.5. Wat is een detail?

De moderne evangelicals (met hun scopusverhaal) stellen dat de bijbel in hoofdzaken betrouwbaar is maar niet noodzakelijkerwijs ook in de details.

Wie bepaalt wanneer iets een onbelangrijk detail is? Ook daar is nauwelijks een objectief en stevig criterium voor te geven.

1.11.6. De les uit de (kerk) geschiedenis
      
De kerkgeschiedenis (van de laatste honderd tot tweehon­derd jaar) leert dat, telkens weer, de afval met het loslaten van de onfeil­baarheid van de Schrift is begonnen. Op die manier zijn allerlei kerken en instituten uiteindelijk met vrijzinnigheid overspoeld. Het begon altijd weer met kleine stapjes.

Ik heb b.v. dit dramatische proces op gang zien komen binnen de kringen van de Uniebaptisten. Daar liet prof. J. Reiling de onfeil­baarheid van de bijbel los. In alle drie de kleinere ortho­dox-reformatorische kerken zie je dat hetzelfde proces op gang is gekomen.

Het loslaten van de onfeilbaarheid is een grens die niet over­schreven mag worden. Het overschrijden van die grens werkt als een dijkdoorbraak. Het begint met een klein gat maar het wordt steeds groter en na enige tijd is het proces niet meer te stop­pen.

Als illustratie wijs ik op de ontwikkelingen op het Fuller Theological Seminary.

1.11.7. Het geval Fuller

Halverwege deze eeuw is door de evangelist Charles Fuller het "Fuller Theological Seminary" opgericht. Gezien de omvang en effectiviteit van zijn evangelisatieprediking zou je hem de "Billy Graham" van zijn generatie kunnen noemen.

Bij de start heeft Fuller vele van de beste evange­lische geleer­den als hoogleraar aangetrokken. Allen binnen het seminary onder­schreven de traditionele evan­gelische visie op de onfeilbaar­heid/foutloosheid van de bijbel. Die foutloosheid werd uitdrukke­lijk en scherp omschreven in de grondslag, in de geloofsbelijde­nis, van de school. Elke leraar was verplicht om deze geloofsbelijdenis te onderteke­nen. Het was zelfs zo dat de leraren elk jaar weer opnieuw die geloofsbelijdenis moesten ondertekenen.

Na enige tijd werden er leraren aange­steld die niet meer volledig achter de onfeil­baar­heid (foutloosheid) van de Schrift stonden. Bij de eerste hoogleraar die niet volledig achter de onfeilbaar­heid van de bijbel stond werd er geprotesteerd en uiteindelijk is deze uit eigen beweging, vanwege deze protesten, vertrokken. Bij volgende leraren werd ook geprotesteerd maar door het bestuur werd om veelal kerkpolitieke en persoonlijke redenen niet meer opgetreden. Dat konden ze doen omdat de eerste afwijkingen zo subtiel waren.

Hierdoor ontstond de situatie dat er leraren lesgaven die elke jaar de geloofsbelijdenis ondertekenden terwijl ze in hun over­tuiging daar van afweken. Deze leraren waren allen aanhangers van "het scopusverhaal" in de één of andere vorm. Uiteindelijk werd die groep hoogleraren zo invloedrijk dat het hen lukte om de onfeilbaarheid uit de grondslag te verwijderen.

Zoals altijd begon ook hier de afwijking subtiel met kleine stappen. Eerst ging het over de details. Men had het over schijn­bare tegenspraken en andere mogelijke fouten op detailpun­ten. Is dit of dat een werkelijke tegenspraak of niet? En zo ja, kan deze dan in de originele geschriften hebben gestaan?

Een argeloze toeschouwer zou zich, in die tijd, af hebben kunnen vragen: "Is dat geen muggenzifterij?". Dat het geen muggenzifterij was is gebleken uit de verdere ontwikkelingen. De "evangelicals" die af wilden van de onfeilbaarheid (foutloos­heid) van de bijbel hebben op Fuller gewonnen. En ook hier (even als in vele andere kerken en instituten) bleek dit het begin van een dijkdoorbraak te zijn.

Uit een in 1982 gehouden enquête onder de studenten bleek dat meer dan 80% van de studenten toen al niet meer geloofden dat de bijbel betrouwbaar is in al haar uitspraken als die natuur en geschiedenis raken. Nog maar 56% van de studenten bleek nog te geloven dat het menselijk leven op aarde was begonnen met de schepping van Adam en Eva.

Dit hele proces is tot in detail beschreven door de gerenommeerde (kerk) historicus George M. Marsden in zijn boek "Reforming Fundamen­talism".
1.12. De waarschuwing van Francis Schaeffer

Zo is het in Fuller gegaan maar ook aan b.v. de Vrije Universi­teit, in de NCRV, in de Gereformeerde Kerken, etc.

Het laatste boek dat Francis Schaeffer voor zijn dood heeft geschreven heeft als titel "The Great Evangelical Disaster". In het boek beschrijft Schaeffer diverse ontwikkelingen in de evangelische wereld en dat brengt hem tot de conclusie dat er zich een grote ramp in de evangelische wereld aan het voltrekken is.

Schaeffer heeft persoonlijk in de twintiger en dertiger jaren de overname door de vrijzinnigen/neo-orthodoxen van de meeste grote kerkge­noot­schappen in Amerika (waaronder zijn eigen kerk) meege­maakt. Het begon daar ook met kleine stappen. Zo'n machtsovername is zoals gezegd altijd het eindresultaat van een geleidelijk proces. Schaeffer schrijft in het boek dat hij precies hetzelfde proces op gang zag komen in de evangelische wereld. Dit schreef hij midden jaren tachtig. Schaeffer wijst er, naast andere zaken, in zijn boek op dat de onfeilbaar­heid van de bijbel in toenemende mate onder de evange­lischen wordt losgelaten.

"Evangelicals today are facing a watershed concerning the nature of biblical inspiration and authority."

"Within evangelicalism there is a growing number who are modifying their views on the inerrancy of scripture so that  the full authority of scripture is completely undercut. But it is happening in very subtle ways .. the new views on biblical authority often seem at first glance not te be so very far from what evangelicals, until just recently, have always believed. But ... the new views when followed con­sistently end up thousand miles apart."  

De evangelische ramp, die Francis Schaeffer beschreef in "The Great Evangelical Disaster", voltrekt zich voor onze ogen.

Het is overigens tekenend voor de situatie in Nederland dat uitgerekend dit boek van Schaeffer (wat met recht kan beschou­wd worden als zijn testament) niet in het Nederlands vertaald is.

1.13. De Nederlandse situatie

Zoals gezegd stonden alle Nederlandse evangelicals tot ongeveer vijf­tien/twintig jaar geleden achter de onfeilbaarheid (foutloos­heid) van de bijbel. Dat was vanzelfsprekend. Als je daar niet achter stond werd je niet beschouwd als een evangelical.

Het grote omslagpunt in het standpunt ten aanzien van de onfeil­baarheid ligt, wat de Nederlandse situatie betreft, ongeveer in het midden van de jaren tachtig. Voor die tijd was het vanzelf­sprekend dat een evangelical achter de onfeilbaarheid van de bijbel stond, daarna niet meer, al hebben vele eenvoudige gelovi­gen dat nog niet door. Denk aan de subtiele misleiding die door sommige leiders, al of niet bewust, wordt bedreven omdat ze nog steeds spreken over de onfeilbaar­heid van de bijbel terwijl ze dat begrip zodanig uitgehold hebben dat het wezenlijk van betekenis is veranderd.

Een zeer belangrijk keerpunt is de publicatie van het in 1987 door de EO uitgegeven boek "Het gezag van de bijbel". In deze bundel is de tekst van een aantal, voor de EO radio gehouden, lezingen gebundeld, waaronder vier door W.J. Ouweneel gegeven lezingen. In deze lezingen verwerpt Ouweneel de traditionele evangelische opvatting van de onfeilbaarheid. Hij probeert een middenpositie tussen errantisme en inerrantisme in te nemen, maar een feit is dat hij de leer over de onfeilbaarheid in zijn traditionele evangelische betekenis vanaf dat moment openlijk verwerpt en actief aanvalt en ondermijnt. Hij geeft de traditionele opvatting van onfeilbaarheid, verstaan als foutloosheid, in één van zijn lezingen het etiket "fundamentalisme". Hij beweert dat de idee dat de bijbel factueel (dat is feitelijk) onfeilbaar en woorde­lijk foutloos zou zijn niet op de bijbel is gebaseerd maar op valse buitenbijbelse filosofieën.

Dit boek heeft de zaak van het inerrantisme grote schade aange­daan. Sinds die tijd is het onder de evangelische en orthodox gereformeerde leiders eigen­lijk niet meer "bon ton" om achter de onfeil­baarheid van de bijbel te staan. Bij hun afwijzing van de onfeilbaarheid verwijzen mensen als b.v. C. Graafland, Versteeg, ds. J.H. Velema, naar de theorieën die Ouweneel in zijn lezingen in "Het gezag van de bijbel" populair heeft gemaakt. Zelfs zeer gerespecteerde en in alle andere opzichten beslist ortho­doxe theologen als W.H. Velema en J. van Gende­ren wijzen in hun "Beknopte Gereformeerde Dogmatiek" de onfeil­baarheid van de Schrift af. Daarin gaan ze overigens verder dan b.v. de bekende theoloog Herman Bavinck. In zijn dogmatiek verwerpt Bavinck nergens de onfeil­baarheid (inerrancy) van de Schrift.

In Neder­land zijn er dus allerwe­gen aanwijzingen dat de ontwikke­ling in de door Francis Schaefer gesignaleerde richting gaan. Zoals altijd volgt de Nederlandse ontwikke­ling met enige vertra­ging de ontwik­kelin­gen in Amerika.

In de kleinere orthodox reformatorische kerken en ook in allerlei evangeli­sche organisaties zoals b.v. de EO zien we op grote schaal het verwerpen of uithollen van de onfeilbaarheid van de Schrift.

Een typerend voorbeeld hiervan vormt de Evangelische Hogeschool (de EH) in Amersfoort. Bij de start is uitdrukkelijk de onfeil­baarheid in de grondslag vastgelegd. Met onfeilbaar bedoelden de oprichters van de EH foutloos. Het huidige bestuur heeft stil­zwijgend de grondslag zodanig opgerekt dat nu ook mensen met het scopusstand­punt (dus errantisten) welkom zijn als docent, be­stuurslid, etc. Want, zo motiveert men het herinterpreteren van de grondslag, men wil een school zijn die ten dienste staat aan de gehele breedte van de orthodoxie.

1.14. De bedenkelijke rol van de EO

De bedenkelijke rol van de EO in de discussie over de onfeilbaar­heid van de bijbel.

De EO heeft gedurende de eerste vijftien jaar van haar bestaan diverse geschriften uitgegeven waarin de onfeilbaarheid/fout­loosheid van de Bijbel werd verdedigd. Zie b.v. de boeken "Het ontstaan van de bijbel" en "De bijbel in de be­klaag­den­bank­­" In deze boeken wordt uitdrukkelijk de onfeilbaarheid/foutloosheid van de bijbel en de woordelijke inspiratie verdedigd.

Ik heb ds. A. van der Veer ge­vraagd of de EO daar nog steed­s achter staat. Zijn antwoord was dat de EO nooit offi­cieel achter de onfeilbaar­heid van de bijbel heeft gestaan. De door de EO uitge­geven boeken die het onfeil­baarheid­stand­punt uit­dragen zijn, zo redeneert ds. van der Veer, inder­tijd niet formeel door het bestuur goed­ge­keurd en daarom geven ze slech­ts de particulie­re mening van enige EO-medewerkers weer. De EO neemt in deze kwestie geen stand­punt in.

Dit is geschiedvervalsing. Het kan best zijn dat in het bestuur niet direct over de onfeilbaarheid is gesproken maar dat was dan het gevolg van het feit dat het, tot ongeveer vijftien jaar geleden, vanzelfsprekend was dat ieder binnen de evangelische beweging achter de onfeilbaarheid (foutloos­heid) van de bijbel stond. Vandaar ook dat de EO unaniem (met één stem) de eerste helft van haar bestaan de onfeilbaarheid heeft beleden, verde­digd en uitgedragen in haar programma's en geschriften.

De pioniers van de EO stonden allen, zonder uitzon­dering, achter de foutloosheid van de Bijbel. Terwijl het nu, door de opstelling van het huidige bestuur, mogelijk is en ook voor­komt dat via diezelfde, door hen opgerichte omroep, één van hun meest funda­mentele overtuigin­gen (namelijk de overtuiging dat de bijbel foutloos is) wordt aangevallen.

De eerste generatie van de pioniers van de EO is nog maar net weggevallen of de tweede generatie laat toe dat één van de meest fundamentele overtuigingen van de pioniers, namelijk de overtui­ging dat de bijbel onfeilbaar/foutloos is, via de EO wordt aangevallen door mensen als Ouweneel.

De uitspraken van Ouweneel over de onfeilbaarheid van de bijbel, zoals die zijn opgetekend in zijn lezingen, zijn eerst uitge­spro­ken voor de EO-radio en daarna in samenwerking met de EO uitgege­ven. Ik heb daarom het bestuur van de EO gevraagd om te toetsen of de inhoud van deze lezingen in overeenstemming is met de grond­slag van de EO. Het bestuur heeft geweigerd dit te doen. Men weigert, zo luidt de motivatie van hun weigering, nadere theologische (leerstelli­ge) uitspraken over de bijbel te doen en aan de grond­slag toe te voegen. Bij evangelisatiewerk zeiden we geregeld "niet kiezen is ook een keuze" en dat gaat in dit geval ook op. Door de keuze om te weigeren de uitspraken van Ouweneel te toetsen aan de grondslag maakt men in feite de keuze voor het toelaten van dit soort standpunten.

Dat betekent, in de praktijk, dat de deur open staat voor herha­lin­gen van de aanval op de onfeilbaarheid van de bijbel.

1.15. Zijn het dan ketters?

Hoe moeten we staan tegenover de mensen die de traditionele en bijbelse leer over de onfeilbaarheid loslaten voor de één of andere vorm van het scopusstandpunt?

Artikel XIX van de Chicago Verklaring over de onfeilbaarheid van de bijbel geeft daar een antwoord op. Het artikel luidt als volgt:

"Wij bevestigen dat een belijden van het volledige gezag, betrouwbaarheid en onfeilbaarheid van de Schrift van vitaal belang   is voor een zuiver begrip van het geheel van het chris­telijk geloof. Wij belijden verder dat zulk een belijden zou moeten  leiden tot een groeiende gelijkvormigheid aan het beeld van  Christus.
Wij ontkennen dat zulk een belijden noodzakelijk is voor het heil. Nochtans ontkennen wij verder dat de onfeilbaarheid kan  worden verworpen zonder ernstige consequenties, voor zowel  individu als voor de kerk".

Om behouden te worden is het niet noodzakelijk om te belijden dat de bijbel onfeilbaar is. Toch heeft het loslaten van de onfeilbaarheid ernstige consequen­ties en daarom kan het loslaten van die leer niet getolereerd worden in evangelische gemeenten en evangelische institu­ten.

Er moet opgetreden worden. Er moet gezegd worden: "Dit kan niet". Er moet gezegd worden: als u niet achter de onfeilbaarheid staat dan plaatst u zich buiten de evangelische beweging.

Het is volstrekt onacceptabel dat een evangelisch instituut als de EH de eigen grondslag zodanig gaat herinterpreteren dat er ook ruimte wordt gemaakt voor moderne evangelicals met het scopusver­haal zoals het huidige bestuur momenteel heeft gedaan. Als een docent of bestuurslid of medewerker niet meer zonder reserve achter de grondslag kan staan moet hij of zij vertrekken.

Medegelovigen die de onfeilbaarheid van de bijbel loslaten moeten we echter niet verketteren. Het blijven onze broeders en zusters al hebben ze door de dwaling van het erran­tisme (door de dwaling van het scopusverhaal) te omarmen een gevaarlij­ke valse leer de evangeli­sche en de orthodox reformato­rische wereld binnengehaald. Gevaarlijk, want het is een lering die uiteindelijk het hele fundament zal aantasten. Denk aan het "dijkdoorbraak" principe

Met toestemming overgenomen van:
Homepage van A.P. Geelhoed
We hopen met de plaatsing van dergelijke artikelen Christenen aan het denken te zetten en op die manier terug te winnen voor Gods Woord en waarheid.

Onverschilligheid, liefdeloosheid en afval van Gods woord en waarheid zijn kenmerkend voor de postmoderne tijd waarin we vandaag leven. Menselijkheid en ongeloof winnen het bij velen van de werkelijke wijsheid die van boven komt.  
Met liefdevolle groet
Namens de redactie en eindverantwoordelijke Website Admin. Daniël Adams.

© 2008 Revolutietheorie

De vraag hier is “Had God natuurlijke selectie nodig om zijn schepping tot aan de mens te brengen en weerspiegeld natuurlijke selectie het beeld van God als de almachtige?”

Selecteert God via natuurlijke selectie?

 

Gods selectie
Volgende pagina.