
Er bestaan 36 varianten binnen de dolfijnensoort.
De kleinste dolfijn is de Heavisides dolfijn die ongeveer 1.2 meter lang is en de grootste is de orka met zijn 7 meter. De dolfijnen komen voor over de hele wereld in bijna alle warme en gematigde zeeën. Ook in Nederlandse en Belgische wateren wordt de gewone dolfijn af en toe waargenomen.


Dolfijnen kregen een gestroomlijnd lichaam dat uitermate geschikt is voor snel en behendig zwemmen. Ze kunnen ongeveer 40 km tot 50km per uur zwemmen. Met hun grote staartvin zorgen ze voor voldoende stuwkracht terwijl ze hun borstvinnen gebruiken voor het sturen. De meeste dolfijnen hebben ook een rugvin, die vb bij de orka wel 2 meter hoog kan zijn, welke zorgt voor stabiliteit.


In 2004 maakten Japanse onderzoekers bekend dat ze hadden ontdekt dat dolfijnen voortdurend roos hebben. Hun huid schilfert af, waarbij het zich elke twee uur ververst. Het is gebleken dat de loslatende huidschilfers de waterwrijving verminderen doordat de waterstroom rond het lichaam kalmeert. Hierdoor gaat er minder energie verloren aan het overwinnen van de waterweerstand en hoeft het dier minder energie te gebruiken voor het zwemmen. De huid is zacht en ze hebben een flinke onderhuidse vetreserve. Daardoor is het oppervlak een beetje veerkrachtig. Als ze snel zwemmen ontstaan er kleine golfjes in de huid, alsof die geribbeld is. Deze golfjes gaan turbulentie tegen.

Dolfijnen hebben net als andere zoogdieren lucht nodig om te overleven. In tegenstelling tot vissen moeten dolfijnen telkens boven komen om adem te halen. Als ze onder water zijn houden ze hun adem in; en als ze weer willen ademhalen komen ze naar de oppervlakte om frisse lucht te scheppen.
Dolfijnen ademen door het zogeheten blaasgat dat boven op de kop ligt. Omdat het blaasgat boven op de kop ligt, hoeft er maar een klein deel van de kop boven water te komen om het innemen van lucht mogelijk te maken. De dolfijn begint al uit te ademen voordat hij het wateroppervlak bereikt en dit vermindert de tijd die nodig is voor het ademhalen aan de oppervlakte. Dolfijnen kunnen ongeveer vijf keer per minuut ademhalen voordat ze weer onderduiken, zonder dat ze hoeven te stoppen met zwemmen. Doorgaans haalt een dolfijn twee tot vier keer per minuut adem, wanneer hij vlak onder de oppervlakte zwemt. Als hij duikt, kan hij zijn adem zeven of meer minuten inhouden.
Het formaat van de dolfijnlongen bepaald niet hoeveel zuurstof kan worden opgeslagen en gebruikt. Hun longen bevatten heel veel longblaasjes. Dolfijnenlongen bestaan uit twee lagen capillair, en deze organisatie vergroot de efficiëntie van de gasuitwisseling. Het betekent dat de totale oppervlakte binnen in de longen sterk is vergroot en dat de gasuitwisseling daardoor sneller kan plaatsvinden. Het longweefsel zelf bevat een ruime hoeveelheid elastische vezels. De bronchiën zijn voorzien van spierweefsel. Kleine bronchiolen worden aangetroffen met kringspieren die de longblaasjes van de rest van de longen kan afsluiten. dolfijnen verversen per ademhaling wel 80 tot 90 procent van hun longvolume, zodat hun lichaam zo veel mogelijk zuurstof krijgt.
De neusholten zijn complex en bochtig, en de larynx (het bovenste gedeelte van het ademhalingskanaal) komt hoger uit in de neusholte in plaats van in de keel. Krachtige spieren vormen een speciale stop in het blaasgat, die voorkomt dat water de longen binnendringt als de dolfijn zich onder water bevindt.

Het zuurstof besparende systeem bij dolfijnen
Als de longen helemaal gevuld zijn met lucht, kan de dolfijn ongeveer vijftien minuten
onder water blijven. De voornaamste reden waarom dolfijnen hun adem zo lang kunnen
inhouden is vanwege het ontwerp in de bloedsomloop. Eén van de ingenieuze ontwerpen
is te vinden in de hoeveelheid zuurstof die dolfijnenbloed en -
Om maximaal gebruik te maken van de
beperkte hoeveelheid zuurstof, is een mogelijkheid om alleen zuurstof toe te dienen
aan organen die dat het meest nodig hebben. Tijdens het duiken, wordt de bloedstroom
zo verdeeld dat de vitale organen zoals de hersenen en het hart van bloed voorzien
worden. Niet essentiële circulatie wordt teruggebracht, en kan zelfs helemaal gestopt
worden. Organen als maag, darmen, nieren en spieren ontvangen maar heel weinig bloed,
en in sommige gevallen helemaal geen bloed. Een andere methode die dolfijnen gekregen
hebben om minder zuurstof te verbruiken is het verlagen van de hartslag. Een reflex
actie van de hypofyse en de hypothalamus kan het hart aanzetten langzamer te gaan
kloppen. Deze toestand wordt brachycardia genoemd. De verlaagde hartslag zal de bloedstroom
van de aderen naar het hart verminderen. De verminderde bloedstroom spaart de zuurstofvoorraad
in de longen. Na een bepaalde tijd onder water zal de rechterkant van het hart bijna
stoppen met kloppen; want des te minder zuurstofarm bloed naar de longen gepompt
wordt, des te meer zuurstof wordt er gespaard.

Het sonar systeem van de dolfijnen.
Dolfijnen hebben ook een sonar, dat wordt ook wel echolocatie genoemd.
Dolfijnen hebben geen stembanden, maar gebruiken luchtzakken in hun kop om fluitsignalen of sonarsignalen uit te sturen. Om met elkaar te communiceren gebruiken ze geluiden met een frequentie tussen 400 en 10.000 Hz. Dat kunnen wij mensen ook horen, bijvoorbeeld met een hydrofoon of een onderwater microfoon. Specialisten hebben deze geluiden ontleed en kwamen tot de slotsom dat elke dolfijn een eigen “vocale handtekening” heeft en dat hij zijn boodschap dus telkens begint met het bekend maken van zijn afstamming of verwantschap.
Om de omgeving te analyseren kregen dolfijnen een sonar: een systeem waarbij ze met de luchtzakjes in hun blaasgat bovenaan hun kop, klikkende geluiden maken. Die geluiden worden teruggekaatst door voorwerpen in hun omgeving zoals rotsen of vissen. Door de terugkaatsing weten dolfijnen hoe hun omgeving eruitziet of waar voorwerpen zich bevinden. Wij kunnen die sonarsignalen niet horen omdat ze te hoog zijn. Aan de zijkant van de kop hebben dolfijnen twee kleine gaatjes; dat zijn de ooropeningen. Ze luisteren niet alleen met hun oren: in hun onderkaak werd een systeem ingebouwd zodat ze de sonarsignalen op kunnen vangen en dit wordt dan weer doorgestuurd naar de hersenen.

De Tuimelaar is op een leeftijd van 6 tot10 jaar geslachtsrijp. Op deze leeftijd
krijgen de mannetjes en vrouwtjes belangstelling voor elkaar. Het dier paart onder
water of aan de oppervlakte Dit kan gepaard gaan met enorme stoei-
Normaal komt bij de geboorte de staart en als laatste het hoofd (af en toe wordt een jonge dolfijn met het hoofd eerst geboren en ook dat kan goed gaan). De navelstreng breekt af tijdens het laatste gedeelte van de bevalling. In het begin is er bij de jonge dolfijn nog een bobbeltje te zien op de plaats waar de navelstreng gezeten heeft. Langzamerhand wordt dit een deukje (de navel). Dit is bij de volwassen dieren goed te zien. Als we het jong goed bekijken kunnen we de eerste paar weken een aantal strepen zien op het lichaam. Dit noemen we ook wel de geboortestrepen en deze verdwijnen vanzelf. De strepen worden gevormd omdat het jong opgevouwen ligt in de baarmoeder.
Tijdens het zogen legt het jong zijn tong om de tepel van de moeder. Het jong heeft geen zuigreflex, de moeder spuit de melk in de bek van het jong. Deze melk is vet, stroperig en voedzaam. Als het jong loslaat is vaak nog een wolk melk te zien. De tepels kun je vinden aan de buikzijde van de moederdolfijn, waar het witte gedeelte stopt. Tijdens een zoogperiode zijn de tepels opgezet en beter zichtbaar.

Wetenschappers kwamen er achter dat dolfijnen een heel andere slaap methode ingewerkt kregen.
Dolfijnen kunnen vijf dagen en nachten lang waakzaam blijven, zonder dat hun concentratievermogen achteruit gaat. Ze slapen nooit helemaal, maar wel half. Om de beurt laten ze één van hun hersenhelften rusten, terwijl de andere helft waakzaam blijft.
Onderzoekers trainden twee tuimelaars op het herkennen van een toon van anderhalve seconde te midden van tonen van een halve seconde. Wanneer een dolfijn op het juiste moment op een knop drukte, kreeg hij een visje toegeworpen. Tot aan het eind van het experiment, na 120 uur, bleven beide dolfijnen prima presteren.
Na acht uur ’s avonds was het tijd voor een ingewikkelder taak: wanneer een rode verticale balk oplichtte moesten de dolfijnen drukken op een knop voor een fluitje; lichtte een horizontale groene balk op, dan moesten ze op de andere knop drukken en klonk er een zoemgeluid. Weer konden ze op een visje rekenen als ze het goed deden. Ook hier zagen de onderzoekers de prestaties niet achteruit gaan. Omdat afwisselend één oog van de dieren bedekt was, toonden de onderzoekers bovendien aan dat de actieve hersenhelft ook informatie verwerkt die aan de andere, ‘slapende’ kant binnenkomt.
Tijdens de experimenten vertoonden de dolfijnen wel tekenen van slaap: ze zwommen soms cirkeltjes en dreven aan het oppervlak. Maar kregen ze een signaal, dan waren ze direct bij de les.
Bij de mens uit zich slaaptekort in veranderde concentraties cortisol, epinefrine en dopamine in het bloed. Bij de dolfijnen bleven concentraties cortisol, epinefrine en dopamine constant. Ook het fenomeen ‘inhaalslapen’ trad nauwelijks op bij de twee geteste dieren. Na het experiment gingen ze gewoon weer over tot de orde van de dag, en nacht.

We zien ontwerpen die ingewerkt zijn in verschillende dier soorten.
Dit zijn bevestigingen van gemeenschappelijke ontwerp ideeën die ingewerkt zijn in compleet andere type dieren.
Dolfijnen zijn prachtige schepselen en een machtig getuigenis van de maker schuilt in het grafische ontwerp met alle ingenieuze ingebouwde systemen.


De natuur met al zijn prachtige schepselen brengen mensen in verwondering door het hoge ingenieurs gehalte waar we nog steeds van kunnen bijleren.
Zo ook bij het voortplantings systeem van de dolfijnen.
© 2008 Revolutietheorie


Je krijgt de controle over een dolfijn en met trukjes kan je punten verdienen.
