Startpagina.Nieuws.Natuur.Wetenschap.Schepper.Houvast.Interactief.Multimedia.Archief.Linken.Contact.

Rustig wandelde hij verder,

probeerde het enthousiasme van de hond te negeren.

 

Geen zin, geen fut om er iets tegen in te brengen, moe.Bij de bank aangekomen ziet hij al iemand op het hoekje zitten, iemand die de horizon als zijn blikveld gekozen heeft. Dominee aarzelt, zal hij maar doorlopen, een gesprek vermijden? Hij heeft geen zin in praten, op deze plek kom je niet onder het onderhoud uit, als je met een ander een bankje gaat delen. De vermoeidheid waait als een nieuwe vlaag tocht door hem heen, vermoeidheid is sterker dan hijzelf. Hij nadert het bankje de man op het bankje draait het hoofd van horizon naar dominee; trekt zijn aandacht.

 

Goedenavond, beste man, kom er bij, je ziet er moe uit, rust wat.Met deze vriendelijke woorden van zorg heet de man op het bankje dominee welkom, hij werd verwacht.

Dominee kijkt; nee, zeker zijn type niet.

Oudere man, alternatiever dan vele, oud en jong in één persoon verenigt, samengebald tot uitstralend energieveld.

Schouder lang haar, niet stijl; slagen, kort geschoren baard met op de kin een eigenwijs sikje, blijkbaar aan het maaiveld van het scheerapparaat ontsnapt. Haar en baard zilverwit. Op zijn hoofd een hoed met een kleurige band erom die nonchalant neerhangt op de rechter schouder. Halflange donkerbruine jas; lijkt wel leer. Aan de handen vingerloze handschoenen om de kou van een vroeg invallende winter het hoofd te bieden, om de hals een sjaal in geel, helder als de zon die wolken tart. Dennen groene ribbroek komt onder de jas uit om te verdwijnen in geiten wollen sokken, voeten gestoken in hoge, stevige, wandelschoenen.

 

Dominee denkt dat zijn observatie van kritiek, zoeken naar het juiste hokje voor de man onopgemerkt gebleven is.

Hij is niet lang genoeg stil blijven staan bij ogen, mond, gezicht. Heeft de twinkeling van vreugde uit pijn geboren, mystieke glimlach op tijdloze mond, niet waar kunnen nemen. Mist hetgeen meer verteld dan verpakking, verpakking bedelend om aandacht.

 

Het is deze tijdloze man zeker niet ontgaan… het heeft hem geraakt, als een pijl door zijn hart geschoten.

Hij reageert niet op de pijn, is bekend met deze pijn, vele pijnen.

Hij kijkt met ogen vol niet gestelde vragen naar dominee naast hem.

Besef van de vragen bereiken de dominee, niet als vraag, daarvoor zijn de muren rond zijn hart te dik, te hoog opgetrokken, een echo bereikt hem nog, uitnodiging tot gesprek.

Dominee voelt het, weet. Gedachte dringt zich aan hem op; om met deze man een gesprek te kunnen voeren moet ik een stevig beroep doen op mijn professionaliteit, psychologie, gesprekstechnieken.

 

Dominee kucht eens, steekt van wal, onschuld, geveinsde onschuld:

“U ook een goede avond, ik heb u niet eerder ontmoet, al kom ik hier vaak, bent u toerist, op bezoek soms?”

 

Tijdloze man, antwoord, een antwoord wat alles zegt maar alles verzwijgt voor wie niet meer horen wil: “Ik kom hier niet vaak, omdat ik hier meestal ben, ik ben geen toerist, wel op reis, niet op bezoek maar op zoek.” Hij kijkt de dominee niet aan, zijn ogen volgen dominee zijn hond, rennend langs het water. Dominee denkt even na, terwijl hij, zoals het hoort, bevestigend knikt. Wat moet je met een dergelijk antwoord?  Is deze man, een “patiënt”is zijn bovenkamer als een stoffige zolder, waar al jaren niet de bezem doorgehaald is?

Ach nee, hij snapt het al deze man is artiest, kunstenaar, dichter of schilder. Moet zeker even laten zien hoe bedreven hij wel is in het leven van de kunst. Dominee pakt de draad weer op, zonder vermoeden waar deze aan vast geknoopt zal zijn: “Mag ik vragen bent u kunstenaar, dichter, schilder misschien, ik zag u zo staren naar de horizon, hoor ritme in de woorden die u spreekt. “

 

Tijdloze man, antwoord niet direct, kijkt, lijkt even ergens heen te gaan, zonder op te staan.

Dan antwoord hij, bedachtzaam, niet zoekend naar woorden, wel ze zorgvuldig kiezend:

“Kun jij het verstaan als ik tot je spreek? Kun jij weten wat ik bedoel als ik je vertel? Kun jij ontvangen wat verpakt in woorden aan je gegeven word, of blijf je stil staan bij de woorden die niet meer dan verpakking zijn van het wezen van de dingen?”

 

Dominee, staart met de blik van het intellect, wat veel wegheeft van het gezicht van een onnozele, naar zijn hond, blij met de met hem mee gewandelde afleiding. Hij denkt na over de woorden van deze tijdloze man, deze man die liever spreekt in raadselen dan feiten. Zijn het niet de feiten waar het om gaat? Ik wil u niet beledigen antwoord hij tenslotte, maar ik denk dat ik versta, zoals ik vele dingen versta. Ziet u ik ben theoloog, houd me bezig met de studie van het ongrijpbare wat eigenlijk goed verklaarbaar is. Zo die zat, had hij mooi de spreekwijze van deze tijdloze man overgenomen, nu zou hij wel zijn kennis aanvaarden, hem niet meer overstijgen. Hij was benieuwd wat de man naast hem nu zou willen antwoorden, nog zou kunnen antwoorden.

 

Tijdloze man, kijkt peinzend vooruit, zijn ogen koesteren, water, land en lucht, dieren en planten. Stilte valt om hun heen, voor tijdloze man als een warme bekende, bedekkende deken, voor dominee als een dwangbuis, beknellende gevangenis die zijn onzekerheid uit hem perst. Langzaam begint tijdloze man te spreken: “Je zou mij inderdaad kunstenaar kunnen noemen, hij die scheppend bezig is.  Al heb ik geen penselen gebruikt om dode werken te maken. Mijn instrumenten waren woorden, woorden die mijn mond verlieten, over water zweefde, deze woorden maakte levende wezens, geen dode werken. Toch ben ik eens in het begin van dit patroon afgeweken mijn meesterwerk zou niet uit woorden geboren worden; zou geboren worden uit mijn handen die wroette in bloedrode klei, die kneden en vormde tot ik mezelf er in terug kon zien. Mijn adem maakte het werk af.”


Stilte werd zwaarder, de deken warmer, de zelfgekozen dwangbuis strakker aangesnoerd. Dominee probeerde met de hese stem van de theologie de waarheid te overstemmen die hij als nevel zag opkomen uit de woorden van tijdloze man. Uiteindelijk stelt hij een vraag, die niet ingaat op de waarheid, maar wel haar bevestiging zoekt: “Word u werk gewaardeerd, krijgt u erkenning voor u kunstvorm?” Snel zoeken zijn ogen weer de hond in de verte, fluit hij hem even dichter bij, probeert stilte even een halt toe te roepen.

 

Tijdloze man, krijgt een verdrietige trek om zijn mond, blijdschap blijft wel, is niet te verdrijven. Na een zucht, die van verre oorden lijkt op te stijgen als waarschuwing van naderende storm antwoord hij, zijn antwoord houdt een zelfde waarschuwing in zich geborgen: “Nee, het wordt al lang niet meer gewaardeerd, de wezens van klei hebben de belofte verbroken, zijn de weg van de ander op gegaan. Ik kon ze niet loslaten, heb dat ook niet gedaan. Uiteindelijk stuurde ik mijn zoon die het probleem zou oplossen tot het niveau van de hoogste prijs; de dood tot leven. Hij verhief het leven en zijn leven tot kunst, was verhalen verteller, in zekere zin dichter, ook hij schept met woorden, al is zijn specialiteit het restaureren van de geboetseerden die ik gemaakt heb “


Na deze woorden slikte tijdloze man even een onzichtbare traan weg.

Hij gaat verder:  “Hij heeft daardoor de poort naar de weg weer geopend voor wie wil zien.

Vandaag zijn er ook nog vele zaken die mensen hun ogen wegtrekken van deze poort, deze weg. “


Maar goed je vroeg voornamelijk naar waardering, en erkenning kwam hij terug op de vraag van dominee. “Nou zie je, ik heb veel last van kunstcritici, nu zou dat nog te begrijpen zijn als ze een andere kunststroom vertegenwoordigen. Helaas is dit niet het geval, het meeste heb ik te lijden onder kunstkritiek van critici die zeggen mijn kunststroom te vertegenwoordigen. Zij hebben vragen bij werkelijk alles wat mijn zoon en ik doen. Zij trekken de echtheid van het werk in twijfel, ontkennen dat ik het gemaakt heb, ontkennen soms zelfs dat het überhaupt door iemand gemaakt is. Ze bekritiseren werkelijk alles met hun redeneringen kapot. Dit doet pijn, dit doet ons veel pijn.”


Dominee, heeft gehoord, maar wil niet horen, nog niet, het zaad mocht in zijn hart gepland worden, ontkiemen blijft nog een moment in hoop verpakt. Hij wendt zich naar de man naast hem, spreekt hem toe:

“Bedankt voor deze boeiende conversatie, ik zal het meenemen, maar moet nu helaas gaan, het is al laat.”


Hij fluit, rammelt met de riem, kom we gaan naar huis…

Het was avond, de dominee maakt de zoveelste wandeling met zijn hond langs de rivier, op weg naar de bank waar hij even zitten kan. Waar zijn hond even rennen kan.Hij voelt vermoeidheid zijn wezen doorstromen als een koude tocht in een slecht gesloten huis.Twee diensten op één zondag werden hem, nu hij de vijftig gepasseerd was, eigenlijk wat veel.

Waarom eigenlijk?

Het was niet zijn leeftijd wat hem in de weg zat.

 

Hij was blijven studeren, had theologie steeds vaster, in vele vormen omhelsd. Ja, hij was een bekeerling een ware volgeling van theologie in vele vormen en gedaanten.Trots was hij, en terecht, hij was één van de weinige die ondanks zijn grote kennis dit kon vertalen in het voor de mensen beneden zijn eeuwenoude preekstoel begrijpbare.

 

Woorden rustig uitgesproken om echo ook een kans te gunnen, als onderstreping van zijn vele ontdekkingen gedaan in deze ongebreidelde Joodse fantasie, hij kon fantasie als werkelijkheid brengen.  Want dat was de wens der onwetenden, geloof dat het werkelijkheid was wat hij vertelde, geloof in iets wat hoger was dan zijzelf konden zijn om de angst van het bestaan een doel te geven. Langzaam verpakt in rijke woorden, klanken, die niet voor ieder weg gelegd waren, had hij gelukkig de afgelopen jaren iets van zijn vragen, zijn twijfel in zijn preken kunnen verwoorden. Met de voor hem belangrijke antwoorden, opgedaan door theologische studie van jaren.

 

Wie was God?

Niet meer dan een anker bedacht door de menselijke geest, totem tot afweren van het kwade, wat er als tegenwicht bij bedacht was. Vicieuze cirkel van zichzelf in stand houdende godsdienst. Overal ter wereld kwam het voor in cultuur eigen vormen. Was Jezus wel meer dan een wijze man van een paar duizend jaar geleden? Nee, niet meer dan dat, het was zelfs de vraag of hij echt bestaan had, in ieder geval was hij een bevestiging van de vicieuze cirkel en een toegift aan de zwakke mens die het niet zelf redde, zich wilde verschuilen achter een redder, Messias.

Dergelijke zwakheid kan alleen maar op zijn afkeer rekenen, hij was trots op zijn vermogen tot zelfverwezenlijking en behoud. Hij had voldoende woorden ter beschikking om vraag en antwoord tot uiting te brengen zonder dat de boodschap ontvangen konden worden door de meerderheid beneden hem.  Zij luisterden wel om de te moeilijke woorden heen, kregen het verhaal, kregen de bevestiging die zij nodig hadden.

Brood

Wat bewees de Schepper voor U met zijn wonderen?

Jezus was toch de Schepper in een mens?

Het levend geworden woord die alles levend gemaakt heeft.

Brood uit de hemel.

Brood vermenigvuldiging.

Brood van een steen.



 




 

 

Volgende pagina.

© 2008 Revolutietheorie

Met dank aan de auteur Marc Pranger van wie we dit artikel toegestuurd kregen met toestemming kregen tot plaatsing op onze website. Meer teksten van Marc Pranger vind je hier: Op verhaal komen

Hij die daar zondag na zondag stond, gehuld in zwarte toga, als één van de raven die brood naar de man in de woestijn brachten, zo bracht hij brood naar het volk dat naar hem opkeek. Magnetisch was zijn stem, met ingestudeerde warmte, warme bariton.

Hij vulde ruimte, vulde de kerk.