1:1 Hier begint de geschiedenis van de hemel en de aarde. Van nu af is er tijd en
begint de klok van de wereldgeschiedenis te lopen. Toch was de HERE er altijd al
als de eeuwige God. Het is zelfs zo dat de Drie-
In het eerste vers plaatst de HERE een
opschrift boven de hele scheppingsgeschiedenis. Dit opschrift is ook een kernachtige
samenvatting van heel Gods scheppingswerk. Het is God die het begin gemaakt heeft.
Zonder hem kon er niets ontstaan.
Het woord “begin” staat in de zin voorop en wordt
daardoor benadrukt. De HERE laat zien dat niets zonder Hem ontstaan is. Het gaat
hier om het werk van de Drie-
1:2 De HERE heeft nu gezegd dat Hij de hele schepping gemaakt heeft. Nu gaat Hij
aan ons vertellen hoe Hij de aarde geschapen heeft. Hij heeft ook de aardbol gemaakt.
Op deze aardbol was niet meteen leven mogelijk. De aarde was woest en leeg. De combinatie
van de woorden “woest en leeg” laat zien dat de dingen op aarde nog niet geordend
waren. De HERE gaat het ongeordende nu in zes dagen ordenen. Hij doet dat op zo’n
manier dat een heerlijke plaats wordt om op leven. De HERE heeft de aarde niet gemaakt
om altijd woest en leeg, om altijd ongeordend te blijven. Zijn doel met de schepping
is heel anders. We lezen dat in Jesaja 45:18 zo: “Want zo zegt de HERE, die de hemelen
geschapen heeft – Hij is God-
De aarde is nog in
het donker gehuld. Daarom is er nog geen leven mogelijk. De grond is ook nog helemaal
met water bedekt. Dat wordt hier de “de wateren genoemd”.
Dit vers vertelt ons ook
meer over de Drie-
Wat is de verhouding tussen vers 1 en 2?
Genesis 1 vertelt ons hoe God de schepping
gemaakt heeft. Sommige verklaarders menen echter dat we in Gen 1 met 2 scheppingen
te maken hebben. De eerste schepping zou dan in vers 1 vermeld zijn. Deze schepping
was goed maar er is toen eits verkeerd gegaan. Dat zou dan de zondeval van een deel
van de engelen zijn. Het gevolg daarvan zou dan weer zijn dat de aarde woest en leeg
geworden is. Uitleggers die vers 1 zo lezen willen vers 2 dan op de volgende manier
vertalen: “En de aarde is woest en leeg geworden.
Beslissende bezwaren hiertegen
zijn:
a. We lezen nergens in de Bijbel dat Gods oordeel gekomen is over een schepping
die er voor de huidige schepping was.
b. De HERE kijkt in Gen 1:31 terug op heel
Zijn scheppingswerk en dan is zijn conclusie: “en zie, het was zeer goed.” Er is
niet in God schepping op dat ogenblik, ook niet onder de engelen, dat in de greep
van de zonde was. De val van een deel van de engelen heeft op het moment van Gen
1:31 nog niet plaatsgevonden.
c. Taalkundig gezien zou je in het Hebreeuws ook een
andere zinsconstructie verwachten als je met: “de aarde nu is woest en leeg geworden”
zou moeten vertalen.
Het woord wateren of oervloed zoals de NBV dit heeft wijst volgens sommigen op een
machtige vijand van God. We zouden hier een overeenkomst met andere scheppingsverhalen
in het Oude Nabije Oosten zien. Het zou verwijzen naar grote monsters of goden zoals
de Babylonische god Tiamat. Deze Tiamat werkt vanuit de zee en voert oorlog met de
oppergod Anu. Het eerste hoofdstuk van Genesis zou dan laten zien dat God als de
Schepper andere goden overwonnen heeft. Hij zou daardoor in staat zijn geweest om
de aarde te ordenen. Tegen deze meningen bestaan grote bezwaren. Ik noem enkele van
deze bezwaren:
a. De scheppingsverhalen van andere volken zijn op geen manier gelijkwaardig
aan wat de HERE in de Bijbel zelf over Zijn scheppingswerk vertelt. Het is niet vreemd
dat we bij andere volken en godsdiensten elementen en verhalen vinden die ons doen
denken aan wat de Heilige Geest ons in de Bijbel vertelt. Gods openbaring was er
het eerste. Zijn daden van schepping zijn het begin van de schepping. De schepping
en de zondvloed zoals in Gods eigen Woord beschreven zijn echt en ook echt zo gebeurd.
Dat zijn gebeurtenissen die de hele wereldbevolking met elkaar deelt. Onze gezamenlijke
voorouders zijn Adam en Noach. De herinnering aan die gezamenlijke geschiedenis heeft
ook vorm gekregen in verhalen onder de volken buiten Israel. Deze verhalen zijn vervormingen
van de werkelijkheid omdat deze volken de HERE niet in liefde zijn blijven dienen.
b. De functie van de wateren, van de oervloed is in Genesis helemaal anders dan in
het Babylonische scheppingsverhaal. De wateren in Genesis is echt water en ook niet
meer dan dat terwijl het in het Babylonische scheppingsverhaal de uitbeelding van
een goddelijke persoon is.
Sommigen willen de woorden “Geest van God” vertalen met “een geweldige wind”. Ze
gebruiken als argument dat het Hebreeuwse woord ruah met zowel Geest als wind vertaald
kan worden. Het woord dat in onze vertaling met van God weergegeven is, kan in het
Hebreeuws de aanduiding voor de overtreffende trap zijn. Dan kun je dus vertalen
met heel groot of geweldig.
Toch zijn er tegen deze vertaling belangrijke bezwaren:
a. Om over het waaien van een geweldige wind te spreken kan je dat in het hebreeuws
op een veel eenvoudiger manier doen. Het is juist in dit hoofdstuk heel onwaarschijnlijk
dat de stijlfiguur van God voor een overtreffende trap gebruikt word omdat het woord
God in dit hoofdstuk zo vaak gebruikt wordt om God zelf aan te duiden.
b. De andere
keren dat dezelfde woordcombinatie Geest van God gebruikt wordt gaat het iedere keer
duidelijk over de Heilige Geest. Zie o.a. Ex 31:3.
1:3 God begint de aarde en het hele heelal te ordenen. Hij schiep eerst het licht.
Alles was donker, en als de HERE dan zegt dat het licht moet worden, komt het licht.
Ineens is het er. We lezen hiervan in Psalm 33: “de ganse aarde vreze voor de HERE,
al de bewoners van de wereld moeten voor hem ontzag hebben. Want Hij sprak en het
was er, Hij gebood en het stond er.” Vs 8,9.
De stem van de HERE is machtig. Zie
ook Psalm 29. De HERE is de Almachtige voor wie niets te groot of te moeilijk is.
Alles wat Hij wil, kan Hij doen en doet Hij ook. Hij doet wonderen, Hij alleen. Zie
hiervoor o.a.: Gen 18:14; Ex 15:11; Ps 86:9,10; Jer 32:17; Luc 1:37.
De HERE schept
door Zijn stem, door Zijn bevel in een moment het licht. Het bijzondere is hier dat
het licht nog niet van de zon, de maan en de sterren komt. God schept zon, maan en
sterren op de vierde dag. Waar komt het licht de eerste drie dagen dan vandaan? God
verlicht de aarde die eerste dagen met Zijn heerlijkheid. Hij heeft de zon, maan
en sterren niet nodig om licht op aarde te geven. De schepping van het licht is Zijn
besluit. Het is niet zo dat de HERE voor het licht van de lichtdragers afhankelijk
is. Wanneer de Here Jezus terugkomt en de nieuwe hemel en aarde komt, zal het weer
zo zijn dat Gods heerlijkheid daar voor het licht zal zorgen. We lezen namelijk van
het Nieuwe Jeruzalem in Openbaring 21: “En de stad heeft de zon en de maan niet van
node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp
is het Lam.”
Hoe moeten we tegen de dagen in Genesis 1 aankijken?
Moeten we hier denken aan gewone
dagen zoals wij die kennen of aan tijdperken? Misschien wel tijdperken van miljoenen
of miljardenjaren zoals we die vanuit de evolutietheorieën kennen? Laat Genesis 1
ons ruimte voor een evolutie die onder leiding van God plaatsgevonden heeft? De zogenaamde
theïstische evolutieleer
Er is in de Bijbel geen enkele aanwijzing te vinden dat
God wil dat we de dagen in Genesis 1 anders moeten zien als de dagen zoals wij die
nu meemaken. Er zijn in de Bijbel geen aanwijzingen om te denken aan dagen die een
ander tijdsverloop hadden als de dagen die we vandaag kennen. Het is de Geest zelf
die de dagen bij de schepping heel duidelijk met gewone dagen zoals wij ze nu kennen
verbindt. We zien dat in Exodus 20:11. We lezen daar als motivering voor het vierde
gebod: “Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al
wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag
en heiligde die.”
Een andere aanduiding dat we hier aan gewone dagen moeten denken,
is dat de HERE geen onderscheid maakt tussen de lengte van de eerste drie dagen en
de dagen die daarop volgen. God schiep op vierde dag de zon, maan en sterren om de
scheiding tussen dag en nacht te regelen. Om ook te dienstbaar te zijn bij het bepalen
van vaste tijden en om de lengte van dagen en jaren te bepalen. Zie 1:14. De HERE
stelt de vierde dag en de dagen die daarna komen aan elkaar gelijk.
Het is niet juist
om in dit verband een beroep op Psalm 90:4 en 2 petrus 3:8 te doen. Het gaat in die
twee gedeelten namelijk niet om de lengte van de dagen in Genesis 1. Psalm 90:4 laat
ons zien dat God de eeuwige God is. Hij stijgt zo ver boven ons uit dat Hij niet
in onze menselijke berekening past. De Heilige Geest zegt in 2 Petrus 3:8 tegen ons
dat we de dag van Christus terugkeer niet kunnen berekenen. Het gaat in die verzen
niet over de lengte van een dag op aarde. .
1:4,5 De HERE kijkt naar zijn werk op de eerste dag. Dat is goed. Goed in Gods ogen.
Dan is het echt goed en mooi. Het licht is goed – goed voor het doel waarmee de HERE
het geschapen heeft. Het licht is het eerste vereiste voor leven op aarde.
God heeft
door het licht scheiding gemaakt tussen licht en donker. Tussen dag en nacht. We
lezen in Genesis 1 vijf keer de woorden scheiding maken. De andere keren in: 1:6,7,14,18.
De HERE maakt tijdens de 6 dagen van bewoonbaar maken van de aarde scheiding om alles
op de goede manier te ordenen.
De afwisseling tussen nacht en dag is begonnen. Het
grote horloge dat God in de schepping gemaakt heeft, is gaan tikken. God is ook de
Schepper van de tijd. De tijd is een schepping en niet iets dat volgens eigen wetten
ontstaan is en over ons regeert. De tijd is ook in Gods hand. Zie hiervoor o.a.:
Joz 10:13,14; 2 Kon 20:9-
1:6-
De HERE noemt het uitspansel hemel. Het woord hemel heeft hier niet de betekeneis
van de woonplaats van God. Het gaat hier om de lucht en wolken zoals wij die boven
ons zien. De HERE heeft het water op de aarde en ook de lucht geschapen. Het water
boven en op de aarde is niet goddelijk.
De tweede dag is de enige waar we niet lezen:
“Toen zag God, dat het goed was”. De rede daarvoor is zeker niet dat Zijn scheppingswerk
op die dag niet aan Zijn volmaakte doel beantwoordde. Wat volgens vers 31 voor de
hele schepping geldt, heeft ook betrekking op Gods werk op de tweede dag.
1:9-
a. De scheiding van water en land
b. De schepping van planten en bomen.
Gods Woord klinkt weer met macht en majesteit en daardoor vloeit het water op aarde
naar een plaats. Dat betekent dat God de wereld met een zee geschapen heeft. Er waren
toen dus geen werelddelen die door het water helemaal van elkaar gescheiden waren.
De zee maakte in die zin toen geen scheiding. De zee was toen ook geen bedreiging
voor het land. Pas na de zondeval gebeurt het dat de de zee soms een bedreiging voor
mens, dier en land wordt. De HERE gebruikt het water bijvoorbeeld tijdens de zondvloed
om Zijn oordeel over de mensheid te laten komen. Zie Gen 6,7. Op de nieuwe aarde
zal er ook water zijn maar geen zee die mensen verdeelt en het leven van mens en
dier van tijd tot tijd bedreigt. Zie Openb 21:2; 22:1.
God geeft het drooggevallen
land en het water een naam. Het is ook de laatste keer dat we lezen dat de HERE bij
de schepping iets een naam geeft. Hij gaat met Zijn scheppingswerk verder maar laat
de naamgeving aan de mens die Hij op de zesde dag schept over. De mens moet dan namens
God, als Zijn vertegenwoordiger namen geven. Zie 2:19,20,23.
Het land komt tevoorschijn.
Alles is nog kaal en leeg. We hebben in vers 2 gelezen dat dat de aarde woest en
leeg was. De aarde is nu niet meer woest. Hij is nog wel leeg. De HERE spreekt weer.
Hij roept het bomen en plantenrijk tot leven. De prachtigste variatie van kleuren
en bloemen verschijnt op de aarde. We moeten erop letten dat de HERE geen zaadjes
in de grond geplant heeft. Hij schept bomen en planten dit zich door hun eigen zaad
weer kunnen voortplanten. De HERE geeft ook de vruchten en het zaad aan de mens om
daarvan te eten. Zie vs 29.
God schept de aarde met een kunstmatige ouderdom.
Het is voor de mens onmogelijk
om volgens menselijke maatstaven de ouderdom van de aarde te bepalen. Dat was zelfs
voor Adam en Eva onmogelijk. Toen de HERE hen op de zesde dag schiep, zagen ze bomen
die al vruchten droegen. Zagen ze planten die al zaad droegen. Toen zagen ze al volwassen
dieren. Zo is het terwijl de dieren en de planten en bomen dan nog maar enkele uren
of dagen oud zijn. De HERE heeft de aarde met bergen en dalen geschapen en met rivieren.
Het is niet zo dat pas na de zondvloed de eerste bergen en dalen gekomen zijn.
Psalm
104 vertelt ons van de aarde die bij de schepping nog onder water stond. Het water
is op Gods bevel weer weggegaan en dan lezen we: “bergen rezen op, dalen zonken neer
op de plaats waar U hun grondslag hebt gelegd.” vs 8 Zie ook Gen 7:19,20
Wij als
mensen kunnen niet door ons wetenschappelijk onderzoek volgens menselijke maatstaven
bepalen hoe oud Gods schepping is.
1:14-
Het doel waartoe God de hemellichamen gemaakt
heeft is om scheiding tussen dag en nacht te maken. De beweging van de aarde ten
opzichte van de zon, maan en sterren bepaalt dan ook de vaste tijden. De vierde dag
is voorbij . Gods werk is goed. Hij gaat morgen met Zijn scheppingswerk verder.
De verering van zon, maan en sterren
Als je naar vers 14-
1:20-
De vertaling grote zeemonsters zoals we die in de NBV vinden is ongelukkig en wekt
een verkeerde indruk. Het gaat hier niet om geweldige dieren die op dat moment voor
de mens of andere dieren een gevaar zijn. Het gaat ook zeker niet om monsters die
tegenstanders van God zijn.
Er zijn jammer genoeg verklaringen waarin gezegd wordt
dat deze zeemonsters goden zijn die met de HERE strijden. Die strijd zou dan in het
begin plaatsgevonden hebben en God zou hen overwonnen hebben. Zo is het zeker niet.
Het gaat er juist om dat ook die grote waterdieren door God geschapen zijn. Het woord
scheppen wordt hier na vers 1 voor de eerste keer gebruikt. Het Hebreeuwse woord
dat hier gebruikt wordt, wordt in het Oude Testament alleen voor Gods werk gebruikt.
Hij alleen kan op deze manier iets scheppen. Dit woord wordt ook nooit gebruikt om
aan te duiden dat iets uit iets anders gemaakt wordt. Het gaat bij dit woord om het
scheppen van iets uit niets. Dat kan de HERE alleen. De HERE laat hier heel duidelijk
zien dat ook de grote zeedieren er nog niet voor de vijfde dag waren. Ze zijn geen
goden. Hij heeft ze niet getemd of overwonnen maar ze op de vijfde dag uit niets
gemaakt.
De HERE ziet dat al het leven in het water en in de lucht goed is. Het is echt mooi
om te zien. Echt iets om heerlijk van te genieten. Nu lezen we iets wat we nog niet
eerder gelezen hebben. De HERE zegent de dieren die Hij geschapen heeft. Het is de
eerste keer dat de HERE zich tot de schepselen richt. Hij spreekt ze rechtstreeks
aan. Hij geeft hen de opdracht dat zij zich voortplanten zodat de aarde vol van het
prachtige leven dat God gemaakt heeft. We lezen hier over een opdracht en een zegen.
De zegen betekent dat de HERE aan de dieren door Zijn zegen de kracht geeft om deze
opdracht uit te voeren.
1:24,25 De zesde dag is aangebroken. Er groeien nu bomen en planten op het land.
Er zijn vogels in de bomen. Bepaalde vogels lopen even over de grond maar verder
zie je nog niets. God verandert dit nu door de woorden die Hij spreekt. Hij geeft
het bevel dat er nu dieren komen die op de aarde gaan leven. De dieren worden hier
levende wezens genoemd. Ze worden in drie groepen verdeeld:
a. Het vee. Hier moeten
wij denken aan dieren die in dienst van de mens kunnen staan en dicht bij mensen
leven. Dieren dichtbij mensen en soms zelfs bij hen op eigen erf.
b. Het kruipende
gedierte. Dat zijn al de dieren die dicht bij de grond leven. Dieren die zich in
onze ogen bijna niet boven de aarde verheffen.
c. De wilde dieren. Hier driegt een
misverstand. De vertaling wilde dieren laat ons gauw aan roofdieren denken. Aan dieren
die gevaarlijk voor mensen en andere dieren zijn. Dat is hier niet de bedoeling.
Het woord wild wijst hier op alle dieren die niet dicht bij de mensen wonen en ook
niet al makke dieren in dienst van de mens staan. Het gaat hier om dieren die graag
in het wild leven. Zelfs die wilde dieren waren voor de zondeval op geen enkele manier
een bedreiging voor de mens en voor andere dieren. De dood en het doden van anderen
bestond toen nog niet. Er was op de aarde echte vrede tussen alle schepselen.
God
heeft alle planten, bomen en dieren volgens naar hun aarde gemaakt. Niet alle planten
en dieren en bomen lijken hetzelfde. De HERE heeft Zijn heerlijkheid ook laten zien
in de grote variatie waarin Hij al de schepselen gemaakt heeft. Deze variatie in
planten, bomen en dieren is niet door evolutie ontstaan maar door God op de dag dat
planten, bomen en dieren geschapen zijn door Hem tot stand gebracht. Hij heeft vanaf
het begin verschillende soorten planten, bomen en dieren geschapen. Meteen schittert
in de verschillende kleurschakeringen, in de verschillende soorten planten en dieren
de grootheid van God als de Almachtige God en Schepper.
Met toestemming overgenomen van auteur Ds Rob Visser Bron
Van ds Rob Visser is er een boekje verschenen dat heel aktueel is. Hij geeft in dit
boekje een uitgebreide uitleg van Genesis 1-
Je kunt dit boekje in de boekhandel krijgen
of bestellen. De gegevens zijn: Ds Rob Visser HOE GOD ALLES MAAKTE
Uitleg van Genesis
1-
Van Berkum Graphics
ISBN 978-
De prijs is
9,95
Je kunt het ook per e-
© 2008 Revolutietheorie
Daniël Adams Website Admin.

Nodig ons eens uit om te komen spreken in uw kerkelijke jeugdclub, kerkgemeenschap, huisgemeente enz...
Wij komen graag eens toelichten hoe het komt dat wij bijbelse en wetenschappelijke redenen hebben om het eerste geloofsboek Genesis als geschiedkundig correct te laten gelden.
Het thema voor de avond is Onze God de ALMACHTIGE SCHEPPER.

Laat Uw kerkgemeenschap ook dit gezag van het woord gelden?
Aangezien de schrift geheel en woordelijk ingegeven is, is zij zonder dwaling of fout in al haar onderwijs, niets minder in wat zij verklaart aangaande Gods handelingen in de schepping,....
